BWBR0043289
Geldig vanaf 2020-03-20
Artikel 3
Organisatie- en mandaatbesluit Inspectie Leefomgeving en Transport 2020
1. Bij afwezigheid of verhindering van de inspecteur-generaal is de directeur Toezicht en opsporing bevoegd om als diens plaatsvervanger op te treden.
2. Bij afwezigheid of verhindering van een directeur zijn de overige directeuren bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.
3. Bij afwezigheid of verhindering van een afdelingshoofd zijn de overige afdelingshoofden bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.
4. Bij afwezigheid of verhindering van een teamleider zijn de overige teamleiders van de desbetreffende afdeling bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.
5. Plaatsvervanging geschiedt voor het overige overeenkomstig daartoe strekkende instructies van de inspecteur-generaal.
2. Bij afwezigheid of verhindering van een directeur zijn de overige directeuren bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.
3. Bij afwezigheid of verhindering van een afdelingshoofd zijn de overige afdelingshoofden bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.
4. Bij afwezigheid of verhindering van een teamleider zijn de overige teamleiders van de desbetreffende afdeling bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.
5. Plaatsvervanging geschiedt voor het overige overeenkomstig daartoe strekkende instructies van de inspecteur-generaal.