BWBR0043242
Geldig vanaf 2020-03-07
Artikel 11
Regeling aanvraag- en veilingprocedure vergunningen 700, 1400 en 2100 MHz
1. Een aanvrager of deelnemer, inbegrepen diegene die een aanvrager of deelnemer ten behoeve van de veiling bijstaat of een met de aanvrager of deelnemer verbonden rechtspersoon, onthoudt zich voorafgaand aan en gedurende de veilingprocedure van afspraken of onderling afgestemde feitelijke gedragingen die afbreuk doen of kunnen doen aan een goed verloop van de veiling, de mededinging in het kader van de veilingprocedure daaronder begrepen.
2. Een aanvrager of deelnemer, inbegrepen diegene die een aanvrager of deelnemer ten behoeve van de veiling bijstaat of een met de aanvrager of deelnemer verbonden rechtspersoon, maakt voorafgaand aan en gedurende de veilingprocedure tot de mededeling bedoeld in artikel 28, eerste lid, is gedaan geen informatie openbaar, en verspreidt geen informatie en doet geen informatie verspreiden aan derden, met betrekking tot diens strategie, budget, gewenste of verkregen hoeveelheid, soort of combinatie van vergunningen, en verwachte, gewenste of te betalen prijzen in de veiling. De vorige volzin staat er niet aan in de weg dat een aanvrager of deelnemer de daar genoemde informatie verstrekt aan diens aandeelhouders voorzover hij daar contractueel, statutair of anderszins toe verplicht is. De aanvrager of deelnemer draagt er in dat geval zorg voor dat de informatie zo veel mogelijk vertrouwelijk wordt verstrekt om verdere verspreiding ervan te voorkomen.
3. Een aanvrager of deelnemer, inbegrepen diegene die een aanvrager of deelnemer ten behoeve van de veiling bijstaat of een met de aanvrager of deelnemer verbonden rechtspersoon, maakt voorafgaand aan en gedurende de veilingprocedure tot de mededeling bedoeld in artikel 28, eerste lid, informatie over het al dan niet deelnemen aan de veiling en de indiening van de aanvraag daartoe, onverwijld volledig openbaar zodra deze door hem aan een of meer derden bekend is gemaakt.
4. De minister kan de veiling stopzetten of opschorten indien naar zijn oordeel sprake is van afspraken of gedragingen in strijd met het eerste, tweede of derde lid, of informatieverstrekking bedoeld in het tweede lid, tweede volzin, of indien de minister gegronde vermoedens heeft dat daar sprake van is.
5. Indien een aanvrager of deelnemer naar het oordeel van de minister in strijd heeft gehandeld met het eerste, tweede of derde lid, kan de minister de betrokken aanvrager of deelnemer uitsluiten van deelname of verdere deelname aan de veiling en het bod of de biedingen van de betrokken deelnemer uit een of meerdere biedronden ongeldig verklaren. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op de aanvrager of deelnemer die in de hoedanigheid van aandeelhouder in een andere aanvrager of deelnemer door laatstgenoemde aanvrager of deelnemer ter nakoming van een daartoe strekkende verplichting, op de hoogte is gesteld van informatie genoemd in artikel 11, tweede lid.
6. Onverminderd het vijfde lid, kan de minister, indien een deelnemer naar het oordeel van de minister in strijd heeft gehandeld met het eerste, tweede of derde lid, de uitkomst van of alle biedingen uitgebracht in een of meer biedronden ongeldig verklaren en besluiten dat een of meer biedronden opnieuw moeten worden gehouden. Hierbij wordt indien nodig opnieuw toepassing gegeven aan artikel 18met betrekking tot de biedronde voorafgaand aan de opnieuw te houden biedronde, met uitsluiting van ongeldig verklaarde biedingen.
7. Indien niet eerder dan na afloop van de veiling blijkt dat een deelnemer naar het oordeel van de minister in strijd heeft gehandeld met het eerste, tweede, of derde lid kan de minister de winnende biedingen van die deelnemer ongeldig verklaren.
2. Een aanvrager of deelnemer, inbegrepen diegene die een aanvrager of deelnemer ten behoeve van de veiling bijstaat of een met de aanvrager of deelnemer verbonden rechtspersoon, maakt voorafgaand aan en gedurende de veilingprocedure tot de mededeling bedoeld in artikel 28, eerste lid, is gedaan geen informatie openbaar, en verspreidt geen informatie en doet geen informatie verspreiden aan derden, met betrekking tot diens strategie, budget, gewenste of verkregen hoeveelheid, soort of combinatie van vergunningen, en verwachte, gewenste of te betalen prijzen in de veiling. De vorige volzin staat er niet aan in de weg dat een aanvrager of deelnemer de daar genoemde informatie verstrekt aan diens aandeelhouders voorzover hij daar contractueel, statutair of anderszins toe verplicht is. De aanvrager of deelnemer draagt er in dat geval zorg voor dat de informatie zo veel mogelijk vertrouwelijk wordt verstrekt om verdere verspreiding ervan te voorkomen.
3. Een aanvrager of deelnemer, inbegrepen diegene die een aanvrager of deelnemer ten behoeve van de veiling bijstaat of een met de aanvrager of deelnemer verbonden rechtspersoon, maakt voorafgaand aan en gedurende de veilingprocedure tot de mededeling bedoeld in artikel 28, eerste lid, informatie over het al dan niet deelnemen aan de veiling en de indiening van de aanvraag daartoe, onverwijld volledig openbaar zodra deze door hem aan een of meer derden bekend is gemaakt.
4. De minister kan de veiling stopzetten of opschorten indien naar zijn oordeel sprake is van afspraken of gedragingen in strijd met het eerste, tweede of derde lid, of informatieverstrekking bedoeld in het tweede lid, tweede volzin, of indien de minister gegronde vermoedens heeft dat daar sprake van is.
5. Indien een aanvrager of deelnemer naar het oordeel van de minister in strijd heeft gehandeld met het eerste, tweede of derde lid, kan de minister de betrokken aanvrager of deelnemer uitsluiten van deelname of verdere deelname aan de veiling en het bod of de biedingen van de betrokken deelnemer uit een of meerdere biedronden ongeldig verklaren. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op de aanvrager of deelnemer die in de hoedanigheid van aandeelhouder in een andere aanvrager of deelnemer door laatstgenoemde aanvrager of deelnemer ter nakoming van een daartoe strekkende verplichting, op de hoogte is gesteld van informatie genoemd in artikel 11, tweede lid.
6. Onverminderd het vijfde lid, kan de minister, indien een deelnemer naar het oordeel van de minister in strijd heeft gehandeld met het eerste, tweede of derde lid, de uitkomst van of alle biedingen uitgebracht in een of meer biedronden ongeldig verklaren en besluiten dat een of meer biedronden opnieuw moeten worden gehouden. Hierbij wordt indien nodig opnieuw toepassing gegeven aan artikel 18met betrekking tot de biedronde voorafgaand aan de opnieuw te houden biedronde, met uitsluiting van ongeldig verklaarde biedingen.
7. Indien niet eerder dan na afloop van de veiling blijkt dat een deelnemer naar het oordeel van de minister in strijd heeft gehandeld met het eerste, tweede, of derde lid kan de minister de winnende biedingen van die deelnemer ongeldig verklaren.