1. De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van de strafbare feiten behorend tot het domein I, Openbare ruimte, zoals opgenomen in de
bijlage bij de Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar.
2. De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het grondgebied van Nederland, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.
3. De buitengewoon opsporingsambtenaar vermeldt in zijn processen-verbaal en schriftelijke verslagleggingen het in het eerste lid genoemde domein.
4. De buitengewoon opsporingsambtenaar kan de in
artikel 7, eerste en derde lid, van de Politiewet 2012omschreven bevoegdheden uitoefenen.