BWBR0043216
Geldig vanaf 2020-02-27
Artikel 4
Beleidsregel experiment ruimte in onderwijstijd
1. Het bevoegd gezag dat met een school wil deelnemen aan het experiment kan bij Onze Minister een aanvraag doen.
2. De aanvraag wordt gedaan in de periode van 1 mei 2020 tot en met 31 mei 2020.
3. Het bevoegd gezag overlegt bij de aanvraag:
a. de contactgegevens van de school die wil deelnemen;
b. een experimenteerplan waarin voor de school die wil deelnemen in ieder geval het volgende is opgenomen: 1°. de gekozen invulling van de geboden ruimte, zoals voortvloeiend uit artikel 2, met daarbij in ieder geval een beschrijving van het doel, de voorgenomen activiteiten en de beoogde opbrengsten van het experiment zoals vormgegeven;
2°. de didactische visie en filosofie van het onderwijs, waarbij in ieder geval ook wordt ingegaan op de visie op de organisatie en invulling van de onderwijstijd;
3°. de regels voor en planning van de schooltijden, de vakanties en, indien van toepassing, de individuele roosters van leerlingen gedurende de looptijd van het experiment;
4°. het beleid betreffende de inzet van personeel tijdens het experiment en de wijze waarop het team bij totstandkoming en de uitvoering van dit beleid betrokken wordt;
5°. het toelatingsbeleid, dat voldoet aan artikel 40, eerste lid, van de Wpo; en
6°. een toelichting per onderwerp bedoeld in de subonderdelen 2° tot en met 5°, hoe de ten aanzien van die onderwerpen gemaakte keuzes samenhangen met de gekozen invulling, bedoeld in subonderdeel 1°.
1°. de gekozen invulling van de geboden ruimte, zoals voortvloeiend uit artikel 2, met daarbij in ieder geval een beschrijving van het doel, de voorgenomen activiteiten en de beoogde opbrengsten van het experiment zoals vormgegeven;
2°. de didactische visie en filosofie van het onderwijs, waarbij in ieder geval ook wordt ingegaan op de visie op de organisatie en invulling van de onderwijstijd;
3°. de regels voor en planning van de schooltijden, de vakanties en, indien van toepassing, de individuele roosters van leerlingen gedurende de looptijd van het experiment;
4°. het beleid betreffende de inzet van personeel tijdens het experiment en de wijze waarop het team bij totstandkoming en de uitvoering van dit beleid betrokken wordt;
5°. het toelatingsbeleid, dat voldoet aan artikel 40, eerste lid, van de Wpo; en
6°. een toelichting per onderwerp bedoeld in de subonderdelen 2° tot en met 5°, hoe de ten aanzien van die onderwerpen gemaakte keuzes samenhangen met de gekozen invulling, bedoeld in subonderdeel 1°.
c. een afschrift van een rapport van de Inspectie van het Onderwijs als bedoeld in artikel 20 van de Wet op het onderwijstoezicht, waaruit blijkt dat de school die wil deelnemen laatstelijk minimaal de waardering ‘goed’ of het oordeel ‘voldoende’ heeft ontvangen; en
d. een bewijs dat de medezeggenschapsraad van de school die wil deelnemen, bedoeld in artikel 3 van de Wet medezeggenschap op scholen, instemt met deelname aan het experiment.
2. De aanvraag wordt gedaan in de periode van 1 mei 2020 tot en met 31 mei 2020.
3. Het bevoegd gezag overlegt bij de aanvraag:
a. de contactgegevens van de school die wil deelnemen;
b. een experimenteerplan waarin voor de school die wil deelnemen in ieder geval het volgende is opgenomen: 1°. de gekozen invulling van de geboden ruimte, zoals voortvloeiend uit artikel 2, met daarbij in ieder geval een beschrijving van het doel, de voorgenomen activiteiten en de beoogde opbrengsten van het experiment zoals vormgegeven;
2°. de didactische visie en filosofie van het onderwijs, waarbij in ieder geval ook wordt ingegaan op de visie op de organisatie en invulling van de onderwijstijd;
3°. de regels voor en planning van de schooltijden, de vakanties en, indien van toepassing, de individuele roosters van leerlingen gedurende de looptijd van het experiment;
4°. het beleid betreffende de inzet van personeel tijdens het experiment en de wijze waarop het team bij totstandkoming en de uitvoering van dit beleid betrokken wordt;
5°. het toelatingsbeleid, dat voldoet aan artikel 40, eerste lid, van de Wpo; en
6°. een toelichting per onderwerp bedoeld in de subonderdelen 2° tot en met 5°, hoe de ten aanzien van die onderwerpen gemaakte keuzes samenhangen met de gekozen invulling, bedoeld in subonderdeel 1°.
1°. de gekozen invulling van de geboden ruimte, zoals voortvloeiend uit artikel 2, met daarbij in ieder geval een beschrijving van het doel, de voorgenomen activiteiten en de beoogde opbrengsten van het experiment zoals vormgegeven;
2°. de didactische visie en filosofie van het onderwijs, waarbij in ieder geval ook wordt ingegaan op de visie op de organisatie en invulling van de onderwijstijd;
3°. de regels voor en planning van de schooltijden, de vakanties en, indien van toepassing, de individuele roosters van leerlingen gedurende de looptijd van het experiment;
4°. het beleid betreffende de inzet van personeel tijdens het experiment en de wijze waarop het team bij totstandkoming en de uitvoering van dit beleid betrokken wordt;
5°. het toelatingsbeleid, dat voldoet aan artikel 40, eerste lid, van de Wpo; en
6°. een toelichting per onderwerp bedoeld in de subonderdelen 2° tot en met 5°, hoe de ten aanzien van die onderwerpen gemaakte keuzes samenhangen met de gekozen invulling, bedoeld in subonderdeel 1°.
c. een afschrift van een rapport van de Inspectie van het Onderwijs als bedoeld in artikel 20 van de Wet op het onderwijstoezicht, waaruit blijkt dat de school die wil deelnemen laatstelijk minimaal de waardering ‘goed’ of het oordeel ‘voldoende’ heeft ontvangen; en
d. een bewijs dat de medezeggenschapsraad van de school die wil deelnemen, bedoeld in artikel 3 van de Wet medezeggenschap op scholen, instemt met deelname aan het experiment.