BWBR0043140
Geldig vanaf 2020-02-05
Artikel 10
Tijdelijke regeling verstrekkingen gerepatrieerden Hubei 2020
1. De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid verleent aan de Raad van Bestuur van de SVB toestemming tot:
a. mandaat voor het nemen van besluiten in de zin van de Algemene wet ter uitvoering van de artikelen 3, 4, 5, 7, 8 en 9;
b. mandaat voor het nemen van beschikkingen op bezwaarschriften en, het volmacht en machtiging voor het voeren van gerechtelijke procedures en het behandelen van klachten voor zover deze gericht zijn tegen of verband houden met de uitoefening van de bevoegdheden, genoemd in de artikelen 3, 4, 5, 7, 8 en 9;
c. volmacht en machtiging voor het verrichten van andere rechtshandelingen en feitelijke handelingen met betrekking tot besluiten als bedoeld in artikelen 3, 4, 5, 7, 8 en 9.
2. De Raad van bestuur van de SVB is bevoegd voor de in de artikelen 3, 4, 5, 7, 8en 9bedoelde aangelegenheden ondermandaat, volmacht en machtiging te verlenen aan de onder hem ressorterende functionarissen.
3. Het krachtens mandaat en ondermandaat, ondertekenen van besluiten en beschikkingen op bezwaar geschiedt als volgt:
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
namens deze,
(gevolgd door de handtekening)
(naam functionaris)
(functie)
a. mandaat voor het nemen van besluiten in de zin van de Algemene wet ter uitvoering van de artikelen 3, 4, 5, 7, 8 en 9;
b. mandaat voor het nemen van beschikkingen op bezwaarschriften en, het volmacht en machtiging voor het voeren van gerechtelijke procedures en het behandelen van klachten voor zover deze gericht zijn tegen of verband houden met de uitoefening van de bevoegdheden, genoemd in de artikelen 3, 4, 5, 7, 8 en 9;
c. volmacht en machtiging voor het verrichten van andere rechtshandelingen en feitelijke handelingen met betrekking tot besluiten als bedoeld in artikelen 3, 4, 5, 7, 8 en 9.
2. De Raad van bestuur van de SVB is bevoegd voor de in de artikelen 3, 4, 5, 7, 8en 9bedoelde aangelegenheden ondermandaat, volmacht en machtiging te verlenen aan de onder hem ressorterende functionarissen.
3. Het krachtens mandaat en ondermandaat, ondertekenen van besluiten en beschikkingen op bezwaar geschiedt als volgt:
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
namens deze,
(gevolgd door de handtekening)
(naam functionaris)
(functie)