BWBR0043110
Geldig vanaf 31-01-2020
Artikel 17
Beheersregeling documentaire informatieverzorging NWO
Het hoofd van een archiefvormend orgaan is er verantwoordelijk voor dat van digitale records, naast de in artikel 4 en 5 genoemde registratiekenmerken ten minste de volgende kenmerken worden vastgelegd en bewaard:
1. de oorspronkelijke technische aard van de digitale records, alsmede van de hard- en softwareomgeving daarvan;
2. de actuele technische aard van de digitale records, alsmede van de hard- en softwareomgeving daarvan;
3. voor zover gebruik is gemaakt van de digitale handtekening: a. de houder van de digitale handtekening;
b. het moment van validiteit van de digitale handtekening;
c. de voor validatie verantwoordelijke functionaris;
d. voor zover bekend ten tijde van het werkproces: de identificatie van het certificaat van de digitale handtekening.
a. de houder van de digitale handtekening;
b. het moment van validiteit van de digitale handtekening;
c. de voor validatie verantwoordelijke functionaris;
d. voor zover bekend ten tijde van het werkproces: de identificatie van het certificaat van de digitale handtekening.
4. de beheerder draagt zorg voor de uniforme vastlegging van de functionele eisen ten aanzien van: a. de inhoud, vorm en structuur van digitale records, zoals bedoeld in artikel 5 van de beheersregeling;
b. het gedrag, voor zover dit noodzakelijk is voor het waarborgen van de authenticiteit van de digitale records;
c. het hoofd van het archiefvormend orgaan is verantwoordelijk voor de juiste uitvoering.
a. de inhoud, vorm en structuur van digitale records, zoals bedoeld in artikel 5 van de beheersregeling;
b. het gedrag, voor zover dit noodzakelijk is voor het waarborgen van de authenticiteit van de digitale records;
c. het hoofd van het archiefvormend orgaan is verantwoordelijk voor de juiste uitvoering.
1. de oorspronkelijke technische aard van de digitale records, alsmede van de hard- en softwareomgeving daarvan;
2. de actuele technische aard van de digitale records, alsmede van de hard- en softwareomgeving daarvan;
3. voor zover gebruik is gemaakt van de digitale handtekening: a. de houder van de digitale handtekening;
b. het moment van validiteit van de digitale handtekening;
c. de voor validatie verantwoordelijke functionaris;
d. voor zover bekend ten tijde van het werkproces: de identificatie van het certificaat van de digitale handtekening.
a. de houder van de digitale handtekening;
b. het moment van validiteit van de digitale handtekening;
c. de voor validatie verantwoordelijke functionaris;
d. voor zover bekend ten tijde van het werkproces: de identificatie van het certificaat van de digitale handtekening.
4. de beheerder draagt zorg voor de uniforme vastlegging van de functionele eisen ten aanzien van: a. de inhoud, vorm en structuur van digitale records, zoals bedoeld in artikel 5 van de beheersregeling;
b. het gedrag, voor zover dit noodzakelijk is voor het waarborgen van de authenticiteit van de digitale records;
c. het hoofd van het archiefvormend orgaan is verantwoordelijk voor de juiste uitvoering.
a. de inhoud, vorm en structuur van digitale records, zoals bedoeld in artikel 5 van de beheersregeling;
b. het gedrag, voor zover dit noodzakelijk is voor het waarborgen van de authenticiteit van de digitale records;
c. het hoofd van het archiefvormend orgaan is verantwoordelijk voor de juiste uitvoering.
- Citeren als
- Art. 17
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0043110
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl