BWBR0043037
Geldig vanaf 01-01-2020
Artikel 5
Reglement Stimuleringsmaatregel Filmproductie in Nederland van de Stichting Nederlands Fonds voor de Film
1. Aanvragen op grond van dit reglement worden gedaan door een productiemaatschappij die aantoonbaar op continue basis actief is geweest op het gebied van productie en exploitatie van filmproducties die primair gericht waren op een bioscoopuitbreng in Nederland, een Lidstaat van de Europese Unie, of in een Staat die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of in Zwitserland.
2. De aanvrager is rechtsgeldig vertegenwoordigd door een producent die te rekenen vanaf het moment van de aanvraag in een periode van zeven kalenderjaren daarvoor als majoritair producent hoofdverantwoordelijk is geweest voor het produceren van tenminste één filmproductie (referentiefilm) in Nederland, een Lidstaat van de Europese Unie, of in een Staat die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of in Zwitserland. De betreffende producent dient op het moment van de aanvraag gedurende twee jaar of langer beleidsbepalend en (mede)aandeelhouder van de aanvrager te zijn. De referentie film dient een bioscoopuitbreng in Nederland gehad te hebben.
3. Niet in aanmerking voor een subsidie komen:
– een mediabedrijf;
– een aanvrager waarin een mediabedrijf direct of indirect zodanige zeggenschap of feitelijke invloed heeft dat dit mediabedrijf in belangrijke mate het beleid van de aanvrager kan bepalen of aanmerkelijke invloed heeft op de inhoud van het beleid van de aanvrager;
2. De aanvrager is rechtsgeldig vertegenwoordigd door een producent die te rekenen vanaf het moment van de aanvraag in een periode van zeven kalenderjaren daarvoor als majoritair producent hoofdverantwoordelijk is geweest voor het produceren van tenminste één filmproductie (referentiefilm) in Nederland, een Lidstaat van de Europese Unie, of in een Staat die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of in Zwitserland. De betreffende producent dient op het moment van de aanvraag gedurende twee jaar of langer beleidsbepalend en (mede)aandeelhouder van de aanvrager te zijn. De referentie film dient een bioscoopuitbreng in Nederland gehad te hebben.
3. Niet in aanmerking voor een subsidie komen:
– een mediabedrijf;
– een aanvrager waarin een mediabedrijf direct of indirect zodanige zeggenschap of feitelijke invloed heeft dat dit mediabedrijf in belangrijke mate het beleid van de aanvrager kan bepalen of aanmerkelijke invloed heeft op de inhoud van het beleid van de aanvrager;
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0043037
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl