BWBR0042979
Geldig vanaf 2020-01-01
Artikel 2:5
Beleidsregel tenuitvoerlegging strafrechtelijke en administratiefrechtelijke beslissingen
De directeur van de justitiële inrichting kan de veroordeelde van wie de laatste dag van de straftijd een zaterdag, zondag of een algemeen erkende feestdag is, maximaal vier dagen eerder dan deze laatste dag in vrijheid stellen, voor zover dit noodzakelijk is om te borgen dat vervolghandelingen met betrekking tot:
a. de opname in een kliniek;
b. de behandeling in therapie;
c. beschermd wonen of verblijf in zorgvoorziening (als bijzondere voorwaarde);
d. de plaatsing in gesloten jeugdzorg;
e. de nazorg door de gemeenten;
f. de uitzetting als vreemdeling,
direct daarop aansluitend kunnen volgen.
a. de opname in een kliniek;
b. de behandeling in therapie;
c. beschermd wonen of verblijf in zorgvoorziening (als bijzondere voorwaarde);
d. de plaatsing in gesloten jeugdzorg;
e. de nazorg door de gemeenten;
f. de uitzetting als vreemdeling,
direct daarop aansluitend kunnen volgen.