BWBR0042962
Geldig vanaf 2020-01-01
Artikel 5:2
Besluit tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen
Met betrekking tot de tenuitvoerlegging van hoofdstraffen wordt onderscheiden:
a. de vrijheidsstraf, waarvan de tenuitvoerlegging aanvangt: 1°. op de datum van de dagtekening van de aan de veroordeelde gerichte mededeling met de datum waarop hij zich moet melden bij de inrichting;
2°. op de eenendertigste dag na verzending van de aan de onder 1° bedoelde mededeling voorafgaande vooraankondiging, indien de veroordeelde daarop niet reageert;
3°. op de datum van het uitvaardigen van een arrestatiebevel jegens de veroordeelde ten aanzien van wie Onze Minister niet verzoekt zich op een bepaalde datum te melden bij de inrichting; of
4°. op de datum dat de veroordeelde zonder vaste woon- of verblijfplaats wordt gesignaleerd voor aanhouding voor de tenuitvoerlegging van een openstaande vrijheidsstraf.
1°. op de datum van de dagtekening van de aan de veroordeelde gerichte mededeling met de datum waarop hij zich moet melden bij de inrichting;
2°. op de eenendertigste dag na verzending van de aan de onder 1° bedoelde mededeling voorafgaande vooraankondiging, indien de veroordeelde daarop niet reageert;
3°. op de datum van het uitvaardigen van een arrestatiebevel jegens de veroordeelde ten aanzien van wie Onze Minister niet verzoekt zich op een bepaalde datum te melden bij de inrichting; of
4°. op de datum dat de veroordeelde zonder vaste woon- of verblijfplaats wordt gesignaleerd voor aanhouding voor de tenuitvoerlegging van een openstaande vrijheidsstraf.
b. de taakstraf, welke aanvangt op de datum van de dagtekening van de aan de veroordeelde gerichte oproep voor het eerste gesprek bij de reclassering.
c. de geldboete, welke aanvangt op de datum van de dagtekening van de mededeling van Onze Minister over de dag of dagen waarop de betaling uiterlijk moet geschieden.
a. de vrijheidsstraf, waarvan de tenuitvoerlegging aanvangt: 1°. op de datum van de dagtekening van de aan de veroordeelde gerichte mededeling met de datum waarop hij zich moet melden bij de inrichting;
2°. op de eenendertigste dag na verzending van de aan de onder 1° bedoelde mededeling voorafgaande vooraankondiging, indien de veroordeelde daarop niet reageert;
3°. op de datum van het uitvaardigen van een arrestatiebevel jegens de veroordeelde ten aanzien van wie Onze Minister niet verzoekt zich op een bepaalde datum te melden bij de inrichting; of
4°. op de datum dat de veroordeelde zonder vaste woon- of verblijfplaats wordt gesignaleerd voor aanhouding voor de tenuitvoerlegging van een openstaande vrijheidsstraf.
1°. op de datum van de dagtekening van de aan de veroordeelde gerichte mededeling met de datum waarop hij zich moet melden bij de inrichting;
2°. op de eenendertigste dag na verzending van de aan de onder 1° bedoelde mededeling voorafgaande vooraankondiging, indien de veroordeelde daarop niet reageert;
3°. op de datum van het uitvaardigen van een arrestatiebevel jegens de veroordeelde ten aanzien van wie Onze Minister niet verzoekt zich op een bepaalde datum te melden bij de inrichting; of
4°. op de datum dat de veroordeelde zonder vaste woon- of verblijfplaats wordt gesignaleerd voor aanhouding voor de tenuitvoerlegging van een openstaande vrijheidsstraf.
b. de taakstraf, welke aanvangt op de datum van de dagtekening van de aan de veroordeelde gerichte oproep voor het eerste gesprek bij de reclassering.
c. de geldboete, welke aanvangt op de datum van de dagtekening van de mededeling van Onze Minister over de dag of dagen waarop de betaling uiterlijk moet geschieden.