BWBR0042932
Geldig vanaf 24-12-2019
Artikel 2
Instellingsbesluit Adviescollege Veiligheid Groningen
1. Er is een Adviescollege Veiligheid Groningen.
2. Het adviescollege heeft tot taak Onze Minister en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ten aanzien van de gemeenten Appingedam, Delfzijl, Groningen, Het Hogeland, Loppersum, Midden-Groningen en Oldambt te adviseren over:
a. de wijze waarop een risicoprofiel voor een gebouw en de actualisatie daarvan wordt vastgesteld;
b. de wijze waarop wordt vastgesteld of een gebouw voldoet aan de veiligheidsnorm, bedoeld in artikel 52d, tweede lid, onderdeel a, van de Mijnbouwwet;
c. de wijze waarop wordt vastgesteld welke maatregelen nodig zijn om een gebouw aan de veiligheidsnorm te laten voldoen.
3. Het adviescollege heeft voorts tot taak Onze Minister ten aanzien van de in het tweede lid genoemde gemeenten te adviseren over de redelijkerwijs te treffen maatregelen aan bouwwerken, geen gebouw zijnde, om te voorkomen dat als gevolg van de gaswinning uit het Groningenveld de veiligheid wordt geschaad.
4. Het adviescollege raadpleegt bij de voorbereiding van zijn adviezen de colleges van burgemeesters en wethouders van de in het tweede lid genoemde gemeenten en de inspecteur-generaal der mijnen over de uitvoerbaarheid van de adviezen en de doeltreffendheid van de adviezen in de praktijk.
5. In de adviezen besteedt het adviescollege tevens aandacht aan:
a. de laatste bouwkundige en seismische inzichten;
b. de laatste inzichten over toekomstige gaswinning uit het Groningenveld;
c. de uitvoerbaarheid van de regels en de doeltreffendheid van deze regels in de praktijk.
6. Het adviescollege informeert de colleges van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeenten en de inspecteur-generaal der mijnen over de wijze waarop hun reacties in een advies zijn verwerkt.
2. Het adviescollege heeft tot taak Onze Minister en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ten aanzien van de gemeenten Appingedam, Delfzijl, Groningen, Het Hogeland, Loppersum, Midden-Groningen en Oldambt te adviseren over:
a. de wijze waarop een risicoprofiel voor een gebouw en de actualisatie daarvan wordt vastgesteld;
b. de wijze waarop wordt vastgesteld of een gebouw voldoet aan de veiligheidsnorm, bedoeld in artikel 52d, tweede lid, onderdeel a, van de Mijnbouwwet;
c. de wijze waarop wordt vastgesteld welke maatregelen nodig zijn om een gebouw aan de veiligheidsnorm te laten voldoen.
3. Het adviescollege heeft voorts tot taak Onze Minister ten aanzien van de in het tweede lid genoemde gemeenten te adviseren over de redelijkerwijs te treffen maatregelen aan bouwwerken, geen gebouw zijnde, om te voorkomen dat als gevolg van de gaswinning uit het Groningenveld de veiligheid wordt geschaad.
4. Het adviescollege raadpleegt bij de voorbereiding van zijn adviezen de colleges van burgemeesters en wethouders van de in het tweede lid genoemde gemeenten en de inspecteur-generaal der mijnen over de uitvoerbaarheid van de adviezen en de doeltreffendheid van de adviezen in de praktijk.
5. In de adviezen besteedt het adviescollege tevens aandacht aan:
a. de laatste bouwkundige en seismische inzichten;
b. de laatste inzichten over toekomstige gaswinning uit het Groningenveld;
c. de uitvoerbaarheid van de regels en de doeltreffendheid van deze regels in de praktijk.
6. Het adviescollege informeert de colleges van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeenten en de inspecteur-generaal der mijnen over de wijze waarop hun reacties in een advies zijn verwerkt.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0042932
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl