BWBR0042913
Geldig vanaf 19-12-2019
Artikel 6h
Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2020, versie 1.00
De vereisten voor de verstrekking van toevoegingen op het terrein van rechtsbijstandverlening aan slachtoffers zijn:
1. Aantoonbaar lid zijn van één van de volgende verenigingen/netwerken: a. Vereniging van Letselschadeadvocaten;
b. Vereniging van advocaten voor slachtoffers van personenschade;
c. Landelijk Advocaten Netwerk Gewelds- en Zeden Slachtoffers;
a. Vereniging van Letselschadeadvocaten;
b. Vereniging van advocaten voor slachtoffers van personenschade;
c. Landelijk Advocaten Netwerk Gewelds- en Zeden Slachtoffers;
Voor advocaten die geen lid zijn van een van deze verenigingen/netwerk gelden de volgende voorwaarden:
1. Het met succes voltooid hebben van een door de Raad erkende basisopleiding letsel- en slachtofferzaken ter waarde van 20 opleidingspunten27De erkende basisopleidingen staan vermeld op www.rvr.org. Andere basisopleidingen kunnen door opleidingsinstellingen voor erkenning aan de Raad worden voorgelegd. Bij het verzoek moet aannemelijk worden gemaakt dat die cursussen tenminste gelijkwaardig zijn. of een ten minste vergelijkbare instapopleiding en;
2. Het onder begeleiding van een voor de specialisatie slachtofferzaken ingeschreven advocaat behandeld hebben van tenminste drie zaken in dit rechtsgebied, blijkend uit een mentorverklaring. Deze eis van begeleiding geldt niet voor advocaten die in de periode van 2 jaar voorafgaand aan het indienen van het verzoek om inschrijving voor dit terrein drie zaken zonder begeleiding hebben behandeld.
De vereisten voor de voortgezette inschrijving op het terrein van rechtsbijstandverlening aan slachtoffers zijn:
1. De behandeling van tenminste zes zaken op dit rechtsgebied in het afgelopen jaar; de Raad gaat hierbij uit van toevoegingen. De advocaat kan desgewenst aantonen dat hij dit aantal zaken heeft gedaan door ook betalende zaken aan te geven en;
2. Het jaarlijks behalen van vijf opleidingspunten op het terrein van het voegen van een civiele vordering van het slachtoffer van een ernstig gewelds- of zedenmisdrijf in het strafproces te behalen. Zowel civielrechtelijke als strafrechtelijke aspecten dienen daarbij aan bod te komen. Opleidingsactiviteiten vanuit de vereniging/het netwerk tellen daarbij mee.
1. Aantoonbaar lid zijn van één van de volgende verenigingen/netwerken: a. Vereniging van Letselschadeadvocaten;
b. Vereniging van advocaten voor slachtoffers van personenschade;
c. Landelijk Advocaten Netwerk Gewelds- en Zeden Slachtoffers;
a. Vereniging van Letselschadeadvocaten;
b. Vereniging van advocaten voor slachtoffers van personenschade;
c. Landelijk Advocaten Netwerk Gewelds- en Zeden Slachtoffers;
Voor advocaten die geen lid zijn van een van deze verenigingen/netwerk gelden de volgende voorwaarden:
1. Het met succes voltooid hebben van een door de Raad erkende basisopleiding letsel- en slachtofferzaken ter waarde van 20 opleidingspunten27De erkende basisopleidingen staan vermeld op www.rvr.org. Andere basisopleidingen kunnen door opleidingsinstellingen voor erkenning aan de Raad worden voorgelegd. Bij het verzoek moet aannemelijk worden gemaakt dat die cursussen tenminste gelijkwaardig zijn. of een ten minste vergelijkbare instapopleiding en;
2. Het onder begeleiding van een voor de specialisatie slachtofferzaken ingeschreven advocaat behandeld hebben van tenminste drie zaken in dit rechtsgebied, blijkend uit een mentorverklaring. Deze eis van begeleiding geldt niet voor advocaten die in de periode van 2 jaar voorafgaand aan het indienen van het verzoek om inschrijving voor dit terrein drie zaken zonder begeleiding hebben behandeld.
De vereisten voor de voortgezette inschrijving op het terrein van rechtsbijstandverlening aan slachtoffers zijn:
1. De behandeling van tenminste zes zaken op dit rechtsgebied in het afgelopen jaar; de Raad gaat hierbij uit van toevoegingen. De advocaat kan desgewenst aantonen dat hij dit aantal zaken heeft gedaan door ook betalende zaken aan te geven en;
2. Het jaarlijks behalen van vijf opleidingspunten op het terrein van het voegen van een civiele vordering van het slachtoffer van een ernstig gewelds- of zedenmisdrijf in het strafproces te behalen. Zowel civielrechtelijke als strafrechtelijke aspecten dienen daarbij aan bod te komen. Opleidingsactiviteiten vanuit de vereniging/het netwerk tellen daarbij mee.
- Citeren als
- Art. 6h
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0042913
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl