BWBR0042893
Geldig vanaf 2020-01-01
Artikel 9
Subsidieregeling LNG
1. De aanvraag tot verlening wordt bij de Minister ingediend door middel van een daartoe vastgesteld digitaal formulier dat beschikbaar is via de website van RVO.nl.
2. De aanvraag tot verlening van subsidie gaat per kalenderjaar vergezeld van een:
a. opgave van het aantal kilo’s LNG dat de exploitant per LNG-vulpunt, per maand heeft verkocht aan wegvervoerders in de periode van 1 januari tot en met 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waar de aanvraag betrekking op heeft;
b. prognose van het aantal kilo’s LNG dat de exploitant per LNG-vulpunt verwacht te verkopen in het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;
c. afschrift van de vergunning voor het LNG-vulpunt waar de verlaging van de verkoopprijs van LNG zal plaatsvinden;
d. bewijs van exploitatie waaruit blijkt dat de exploitant voor eigen rekening en risico LNG inkoopt voor en verkoopt bij een LNG-vulpunt.
3. Indien de exploitant redelijkerwijs niet kan beschikken over een opgave van het aantal verkochte kilo’s LNG als bedoeld in het tweede lid onder a, dan voegt de exploitant bij zijn aanvraag een opgave toe die is gebaseerd op een gemiddeld aantal kilo’s verkochte LNG van een vergelijkbaar LNG-vulpunt.
4. De hoeveelheid LNG die in de aanvraag wordt vermeld is maximaal 130% van het totaal van de verkochte hoeveelheid LNG in het jaar, voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
2. De aanvraag tot verlening van subsidie gaat per kalenderjaar vergezeld van een:
a. opgave van het aantal kilo’s LNG dat de exploitant per LNG-vulpunt, per maand heeft verkocht aan wegvervoerders in de periode van 1 januari tot en met 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waar de aanvraag betrekking op heeft;
b. prognose van het aantal kilo’s LNG dat de exploitant per LNG-vulpunt verwacht te verkopen in het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;
c. afschrift van de vergunning voor het LNG-vulpunt waar de verlaging van de verkoopprijs van LNG zal plaatsvinden;
d. bewijs van exploitatie waaruit blijkt dat de exploitant voor eigen rekening en risico LNG inkoopt voor en verkoopt bij een LNG-vulpunt.
3. Indien de exploitant redelijkerwijs niet kan beschikken over een opgave van het aantal verkochte kilo’s LNG als bedoeld in het tweede lid onder a, dan voegt de exploitant bij zijn aanvraag een opgave toe die is gebaseerd op een gemiddeld aantal kilo’s verkochte LNG van een vergelijkbaar LNG-vulpunt.
4. De hoeveelheid LNG die in de aanvraag wordt vermeld is maximaal 130% van het totaal van de verkochte hoeveelheid LNG in het jaar, voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd.