BWBR0042883
Geldig vanaf 14-12-2019
Artikel 8
Regeling Erfgoedvrijwilligers 2019–2020
1. Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover:
a. de behoefte aan ondersteuning door het Fonds wordt aangetoond; en
b. de aanvrager aannemelijk maakt dat de beschikbare financiële middelen, met inbegrip van de subsidie van het Fonds, voldoende zijn om het project uit te voeren.
2. De hoogte van de subsidie dient in redelijke verhouding te staan tot de activiteiten waarvoor wordt aangevraagd.
3. Slechts direct aan het project gerelateerde kosten komen voor subsidie in aanmerking.
4. De post onvoorzien op de begroting mag niet meer bedragen dan 7% van de totale kosten van het project.
5. Maximaal 50% van de subsidie van het Fonds mag worden ingezet voor materiële investeringen die benodigd zijn voor het project.
a. de behoefte aan ondersteuning door het Fonds wordt aangetoond; en
b. de aanvrager aannemelijk maakt dat de beschikbare financiële middelen, met inbegrip van de subsidie van het Fonds, voldoende zijn om het project uit te voeren.
2. De hoogte van de subsidie dient in redelijke verhouding te staan tot de activiteiten waarvoor wordt aangevraagd.
3. Slechts direct aan het project gerelateerde kosten komen voor subsidie in aanmerking.
4. De post onvoorzien op de begroting mag niet meer bedragen dan 7% van de totale kosten van het project.
5. Maximaal 50% van de subsidie van het Fonds mag worden ingezet voor materiële investeringen die benodigd zijn voor het project.
- Citeren als
- Art. 8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0042883
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl