BWBR0042868
Geldig vanaf 2019-12-11
Artikel 2
Besluit mandaat, ondermandaat, volmacht en machtiging SodM 2019
Aan de Inspecteur-generaal is voorbehouden:
a. het nemen van besluiten, het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en het verrichten van feitelijke handelingen betreffende aangelegenheden: 1°. waarover in het Directieteam geen overeenstemming is;
2°. die meerdere directies raken, tenzij daarover tussen de betrokken directeuren overeenstemming bestaat;
3°. waarvan de Inspecteur-generaal mededeling heeft gedaan dat zij door hem zullen worden behandeld;
4°. die door een directeur aan de Inspecteur-generaal ter afhandeling worden voorgelegd, tenzij zij naar het oordeel van de Inspecteur-generaal door een andere directeur moeten worden afgehandeld;
1°. waarover in het Directieteam geen overeenstemming is;
2°. die meerdere directies raken, tenzij daarover tussen de betrokken directeuren overeenstemming bestaat;
3°. waarvan de Inspecteur-generaal mededeling heeft gedaan dat zij door hem zullen worden behandeld;
4°. die door een directeur aan de Inspecteur-generaal ter afhandeling worden voorgelegd, tenzij zij naar het oordeel van de Inspecteur-generaal door een andere directeur moeten worden afgehandeld;
b. het vaststellen van:
c. 1°. de bevindingen van het onderzoek naar een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht; 2°. beleidsregels;
3°. de naleefstrategie, de interventiestrategie en de gedoogstrategie;
4°. de beantwoording van vragen van andere ambtsdragers;
5°. het jaarplan van het Staatstoezicht op de Mijnen, en het beheer- en controlplan;
2°. beleidsregels;
3°. de naleefstrategie, de interventiestrategie en de gedoogstrategie;
4°. de beantwoording van vragen van andere ambtsdragers;
5°. het jaarplan van het Staatstoezicht op de Mijnen, en het beheer- en controlplan;
d. het instellen van hoger beroep.
a. het nemen van besluiten, het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en het verrichten van feitelijke handelingen betreffende aangelegenheden: 1°. waarover in het Directieteam geen overeenstemming is;
2°. die meerdere directies raken, tenzij daarover tussen de betrokken directeuren overeenstemming bestaat;
3°. waarvan de Inspecteur-generaal mededeling heeft gedaan dat zij door hem zullen worden behandeld;
4°. die door een directeur aan de Inspecteur-generaal ter afhandeling worden voorgelegd, tenzij zij naar het oordeel van de Inspecteur-generaal door een andere directeur moeten worden afgehandeld;
1°. waarover in het Directieteam geen overeenstemming is;
2°. die meerdere directies raken, tenzij daarover tussen de betrokken directeuren overeenstemming bestaat;
3°. waarvan de Inspecteur-generaal mededeling heeft gedaan dat zij door hem zullen worden behandeld;
4°. die door een directeur aan de Inspecteur-generaal ter afhandeling worden voorgelegd, tenzij zij naar het oordeel van de Inspecteur-generaal door een andere directeur moeten worden afgehandeld;
b. het vaststellen van:
c. 1°. de bevindingen van het onderzoek naar een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht; 2°. beleidsregels;
3°. de naleefstrategie, de interventiestrategie en de gedoogstrategie;
4°. de beantwoording van vragen van andere ambtsdragers;
5°. het jaarplan van het Staatstoezicht op de Mijnen, en het beheer- en controlplan;
2°. beleidsregels;
3°. de naleefstrategie, de interventiestrategie en de gedoogstrategie;
4°. de beantwoording van vragen van andere ambtsdragers;
5°. het jaarplan van het Staatstoezicht op de Mijnen, en het beheer- en controlplan;
d. het instellen van hoger beroep.