BWBR0042840
Geldig vanaf 2019-12-04
Artikel 2
Machtigingswet oprichting Invest-NL
1. Onze Minister van Financiën wordt gemachtigd om namens de Staat der Nederlanden op te richten de naamloze vennootschap Invest-NL N.V..
2. Onze Minister van Financiën wordt gemachtigd om namens de Staat der Nederlanden deel te nemen in het bij de oprichting van Invest-NL vast te stellen kapitaal.
3. De machtiging, bedoeld in het eerste lid, omvat tevens het oprichten, mede-oprichten of doen oprichten van een rechtspersoon waarin Invest-NL alle aandelen houdt en die als doelstelling heeft het uitvoeren van een taak als bedoeld in artikel 4, eerste lid of tweede lid.
4. Een bij of krachtens deze wet aan Invest-NL:
a. verleend bijzonder of uitsluitend recht;
b. opgelegde taak;
c. opgelegde dienst van algemeen economisch belang;
wordt geacht eveneens te zijn verleend dan wel te zijn opgelegd aan een rechtspersoon als bedoeld in het derde lid, wanneer deze rechtspersoon als doelstelling heeft dat recht, die taak of die dienst uit te oefenen.
5. Op Invest-NL zijn de artikelen 158, met uitzondering van het twaalfde lid, tweede volzin, 159 tot en met 161aen 164 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboekvan toepassing.
2. Onze Minister van Financiën wordt gemachtigd om namens de Staat der Nederlanden deel te nemen in het bij de oprichting van Invest-NL vast te stellen kapitaal.
3. De machtiging, bedoeld in het eerste lid, omvat tevens het oprichten, mede-oprichten of doen oprichten van een rechtspersoon waarin Invest-NL alle aandelen houdt en die als doelstelling heeft het uitvoeren van een taak als bedoeld in artikel 4, eerste lid of tweede lid.
4. Een bij of krachtens deze wet aan Invest-NL:
a. verleend bijzonder of uitsluitend recht;
b. opgelegde taak;
c. opgelegde dienst van algemeen economisch belang;
wordt geacht eveneens te zijn verleend dan wel te zijn opgelegd aan een rechtspersoon als bedoeld in het derde lid, wanneer deze rechtspersoon als doelstelling heeft dat recht, die taak of die dienst uit te oefenen.
5. Op Invest-NL zijn de artikelen 158, met uitzondering van het twaalfde lid, tweede volzin, 159 tot en met 161aen 164 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboekvan toepassing.