BWBR0042833
Geldig vanaf 2019-12-03
Artikel 7
Regeling wetenschappelijke onafhankelijkheid WODC
1. Indien een der Kamers van de Staten-Generaal een bewindspersoon verzoekt om een onderzoek te laten uitvoeren dat niet is opgenomen in het werkprogramma, stelt de bewindspersoon de directeur daarvan in kennis.
2. Indien de directeur een verzoek accepteert van een ander dan een bewindspersoon om een onderzoek te laten uitvoeren, stelt hij de Minister van Justitie en Veiligheid daarvan in kennis.
3. De directeur accepteert een verzoek als bedoeld in het tweede lid alleen voor zover:
a. het verzoek niet strijdig is met het algemeen belang;
b. het verzoek niet afkomstig is van een commerciële organisatie;
c. het verzoek bijdraagt aan de versterking van de publieke taak van het WODC;
d. het om inhoudelijke redenen, zoals de beschikbaarheid van deskundigheid en databestanden, voor de hand ligt dat het WODC het verzoek uitvoert;
e. het WODC met de verzoeker zodanige afspraken maakt, dat de inhoudelijke onafhankelijkheid van het WODC is veiliggesteld; en
f. openbaarmaking van het resultaat van het geaccepteerde verzoek is gegarandeerd.
4. Bij acceptatie van een verzoek als bedoeld in dit artikel houdt de directeur rekening met de beschikbare capaciteit van het WODC.
5. De directeur en de Minister van Justitie en Veiligheid stellen een adequate afstemmingsprocedure op inzake het accepteren van verzoeken als bedoeld in dit artikel.
2. Indien de directeur een verzoek accepteert van een ander dan een bewindspersoon om een onderzoek te laten uitvoeren, stelt hij de Minister van Justitie en Veiligheid daarvan in kennis.
3. De directeur accepteert een verzoek als bedoeld in het tweede lid alleen voor zover:
a. het verzoek niet strijdig is met het algemeen belang;
b. het verzoek niet afkomstig is van een commerciële organisatie;
c. het verzoek bijdraagt aan de versterking van de publieke taak van het WODC;
d. het om inhoudelijke redenen, zoals de beschikbaarheid van deskundigheid en databestanden, voor de hand ligt dat het WODC het verzoek uitvoert;
e. het WODC met de verzoeker zodanige afspraken maakt, dat de inhoudelijke onafhankelijkheid van het WODC is veiliggesteld; en
f. openbaarmaking van het resultaat van het geaccepteerde verzoek is gegarandeerd.
4. Bij acceptatie van een verzoek als bedoeld in dit artikel houdt de directeur rekening met de beschikbare capaciteit van het WODC.
5. De directeur en de Minister van Justitie en Veiligheid stellen een adequate afstemmingsprocedure op inzake het accepteren van verzoeken als bedoeld in dit artikel.