BWBR0042775
Geldig vanaf 2019-11-20
Artikel 3
Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directie Opsporing 2019
De afdelingshoofden zijn verantwoordelijk voor de volgende taken:
a. het leiding geven aan de eigen afdeling, waaronder begrepen de HRM-taken ten aanzien van de medewerkers, de coaching van de medewerkers en het bevorderen van de sociale cohesie van de eigen afdeling;
b. het afleggen van verantwoording en het rapporteren aan de directeur over bijdragen van de eigen directie aan de uitvoering van het jaarplan van de Nederlandse Arbeidsinspectie;
c. het doen van voorstellen aan het Directieteam met betrekking tot het aantrekken en ontslaan van personeel;
d. het bijdragen aan de totstandkoming van producten van de Nederlandse Arbeidsinspectie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdelen a, e, f, g, i en s, van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit inspecteur-generaal Nederlandse Arbeidsinspectie 2017, binnen de daarvoor geldende departementale kaders dan wel volgens door de inspecteur-generaal dan wel de directeur gegeven richtlijnen;
e. het als lid van de Stuur- en Weegploeg inhoudelijk sturen op de onderzoeken die zijn beschreven in het Handhavingsarrangement dat door de directie samen met het Functioneel Parket van het Openbaar ministerie wordt vastgesteld;
f. het als tactisch manager participeren in het ontwikkelen en implementeren van plannen van de Nederlandse Arbeidsinspectie;
g. het toewijzen van voldoende capaciteit aan de afdeling om hun taak uit te voeren;
h. het managen van vakinhoudelijke processen en het actief zoeken van samenwerking en afstemming met overige proceseigenaren;
i. het zorg dragen voor de borging van afdelingsbrede vakkennis en van kwaliteit en innovatie van werkprocessen;
j. het bijdragen aan de ontwikkeling van de strategische personeelsplanning en zorg dragen voor de uitvoering daarvan binnen zijn afdeling;
k. het actief bijdragen aan het platform voor kennisuitwisseling en netwerkbeheer op zijn vakgebied;
l. de borging van regionale netwerken, voor zover deze directie-overstijgend zijn.
a. het leiding geven aan de eigen afdeling, waaronder begrepen de HRM-taken ten aanzien van de medewerkers, de coaching van de medewerkers en het bevorderen van de sociale cohesie van de eigen afdeling;
b. het afleggen van verantwoording en het rapporteren aan de directeur over bijdragen van de eigen directie aan de uitvoering van het jaarplan van de Nederlandse Arbeidsinspectie;
c. het doen van voorstellen aan het Directieteam met betrekking tot het aantrekken en ontslaan van personeel;
d. het bijdragen aan de totstandkoming van producten van de Nederlandse Arbeidsinspectie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdelen a, e, f, g, i en s, van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit inspecteur-generaal Nederlandse Arbeidsinspectie 2017, binnen de daarvoor geldende departementale kaders dan wel volgens door de inspecteur-generaal dan wel de directeur gegeven richtlijnen;
e. het als lid van de Stuur- en Weegploeg inhoudelijk sturen op de onderzoeken die zijn beschreven in het Handhavingsarrangement dat door de directie samen met het Functioneel Parket van het Openbaar ministerie wordt vastgesteld;
f. het als tactisch manager participeren in het ontwikkelen en implementeren van plannen van de Nederlandse Arbeidsinspectie;
g. het toewijzen van voldoende capaciteit aan de afdeling om hun taak uit te voeren;
h. het managen van vakinhoudelijke processen en het actief zoeken van samenwerking en afstemming met overige proceseigenaren;
i. het zorg dragen voor de borging van afdelingsbrede vakkennis en van kwaliteit en innovatie van werkprocessen;
j. het bijdragen aan de ontwikkeling van de strategische personeelsplanning en zorg dragen voor de uitvoering daarvan binnen zijn afdeling;
k. het actief bijdragen aan het platform voor kennisuitwisseling en netwerkbeheer op zijn vakgebied;
l. de borging van regionale netwerken, voor zover deze directie-overstijgend zijn.