BWBR0042771
Geldig vanaf 16-11-2019
Artikel 6.1
Regeling meerjarige subsidies Fonds voor Cultuurparticipatie 2021–2024
1. De subsidieontvanger meldt direct aan het Fonds als:
a. de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt niet of niet geheel doorgaan;
b. niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan; of
c. er aanzienlijke artistiek-inhoudelijke of zakelijke wijzigingen zijn ten opzichte van het plan op basis waarvan subsidie is verstrekt.
2. De subsidieontvanger plaatst het logo of de naam van het Fonds op alle publiciteitsuitingen die betrekking hebben op de gesubsidieerde activiteiten.
3. Het Fonds kan bij beschikking andere dan de in het eerste en tweede lid opgenomen verplichtingen aan de subsidie verbinden.
4. De subsidieontvanger is verplicht tot kennisdeling, monitoring en evaluatie van de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zet in het projectplan uiteen op welke wijze hij uitvoering geeft aan kennisdeling en het individuele monitoring- en evaluatietraject en reserveert op de begroting minimaal 2% van de totale activiteitenlasten voor monitoring en evaluatie.
5. De subsidieontvanger kan verplicht worden deel te nemen aan uitwisselingsbijeenkomsten en een professionaliseringstraject.
a. de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt niet of niet geheel doorgaan;
b. niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan; of
c. er aanzienlijke artistiek-inhoudelijke of zakelijke wijzigingen zijn ten opzichte van het plan op basis waarvan subsidie is verstrekt.
2. De subsidieontvanger plaatst het logo of de naam van het Fonds op alle publiciteitsuitingen die betrekking hebben op de gesubsidieerde activiteiten.
3. Het Fonds kan bij beschikking andere dan de in het eerste en tweede lid opgenomen verplichtingen aan de subsidie verbinden.
4. De subsidieontvanger is verplicht tot kennisdeling, monitoring en evaluatie van de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zet in het projectplan uiteen op welke wijze hij uitvoering geeft aan kennisdeling en het individuele monitoring- en evaluatietraject en reserveert op de begroting minimaal 2% van de totale activiteitenlasten voor monitoring en evaluatie.
5. De subsidieontvanger kan verplicht worden deel te nemen aan uitwisselingsbijeenkomsten en een professionaliseringstraject.
- Citeren als
- Art. 6.1
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0042771
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl