BWBR0042761
Geldig vanaf 01-11-2019
Artikel 23
Deelreglement Filmactiviteiten van de Stichting Nederlands Fonds voor de film
1. Subsidie kan worden verleend voor een Filmeducatiehub, voor het vervullen van een coördinerende rol en het samenbrengen van vraag en aanbod op het gebied van film- en beeldeducatie in een afgebakende regio. Het gaat daarbij om activiteiten ter bevordering van zowel actief als receptief filmonderwijs. Filmeducatiehubs vormen onderling een netwerk dat aangesloten is op de landelijke coördinatiefunctie van filmeducatie in Nederland.
2. Filmeducatiehubs moeten voldoen aan de volgende voorwaarden om voor een subsidie in aanmerking te komen:
a. een bewezen staat van dienst op het vlak van film- en beeldeducatie;
b. een jaarlijks bereik van ten minste 10.000 leerlingen in PO en/of VO;
c. een aantoonbare (subsidie)relatie met regionale/lokale overheden;
d. een aantoonbaar relevant netwerk van onderwijsinstellingen en aanbieders op het gebied van film- en beeldeducatie (filmtheaters, filmfestivals, onderwijsontwikkelaars, bibliotheken, etc.) die de te bedienen regio bestrijken en die de aanvraag als samenwerkende partner aantoonbaar ondersteunen;
e. beschikken over een eigen educatieruimte.
3. Voor de beoordeling van de kwaliteit van de aanvraag voor een (pilot) Filmeducatiehub is het volgende van belang:
a. een heldere en onderbouwde visie op de voorgenomen activiteiten op het gebied van kennisdeling, -uitwisseling en deskundigheidsbevordering in de regio;
b. de mate waarin relevante filmfestivals, filmtheaters, onderwijsontwikkelaars, bibliotheken en andere aanbieders dat zich in de betreffende regio aan de hub verbinden als samenwerkingspartner en wat hun rol in deze samenwerking zal zijn;
c. de onderbouwing van het beoogde oplopende bereik van leerlingen (Primair onderwijs en/of Voortgezet Onderwijs) in 2020 en in de jaren 2021 t/m 2024;
4. Het bestuur let daarbij op spreiding van de filmeducatiehubs over Nederland, de kwaliteit van het aanbod en geeft prioriteit aan organisaties die reeds regionale en/of lokale financiers aan zich hebben weten te binden en streeft naar 6 tot 7 filmeducatiehubs verdeeld over de regio’s.
2. Filmeducatiehubs moeten voldoen aan de volgende voorwaarden om voor een subsidie in aanmerking te komen:
a. een bewezen staat van dienst op het vlak van film- en beeldeducatie;
b. een jaarlijks bereik van ten minste 10.000 leerlingen in PO en/of VO;
c. een aantoonbare (subsidie)relatie met regionale/lokale overheden;
d. een aantoonbaar relevant netwerk van onderwijsinstellingen en aanbieders op het gebied van film- en beeldeducatie (filmtheaters, filmfestivals, onderwijsontwikkelaars, bibliotheken, etc.) die de te bedienen regio bestrijken en die de aanvraag als samenwerkende partner aantoonbaar ondersteunen;
e. beschikken over een eigen educatieruimte.
3. Voor de beoordeling van de kwaliteit van de aanvraag voor een (pilot) Filmeducatiehub is het volgende van belang:
a. een heldere en onderbouwde visie op de voorgenomen activiteiten op het gebied van kennisdeling, -uitwisseling en deskundigheidsbevordering in de regio;
b. de mate waarin relevante filmfestivals, filmtheaters, onderwijsontwikkelaars, bibliotheken en andere aanbieders dat zich in de betreffende regio aan de hub verbinden als samenwerkingspartner en wat hun rol in deze samenwerking zal zijn;
c. de onderbouwing van het beoogde oplopende bereik van leerlingen (Primair onderwijs en/of Voortgezet Onderwijs) in 2020 en in de jaren 2021 t/m 2024;
4. Het bestuur let daarbij op spreiding van de filmeducatiehubs over Nederland, de kwaliteit van het aanbod en geeft prioriteit aan organisaties die reeds regionale en/of lokale financiers aan zich hebben weten te binden en streeft naar 6 tot 7 filmeducatiehubs verdeeld over de regio’s.
- Citeren als
- Art. 23
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0042761
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl