BWBR0042754
Geldig vanaf 2019-11-12
Artikel III
Subsidieregeling culturele basisinfrastructuur 2021–2024
1. De navolgende bepalingen van de Regeling op het specifiek cultuurbeleidzoals deze luidde op de dag voorafgaande aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling blijven van toepassing op de subsidies verstrekt op grond van artikel 4b van de Wet op het specifiek cultuurbeleidvoor de jaren 2017 tot en met 2020:
a. artikel 2.15a; en
b. hoofdstuk 3.
2. Op de verstrekking van subsidie op grond van artikel 7.2 van de Erfgoedwetvoor de jaren tot 2021 blijven de bepalingen van de Regeling beheer rijkscollectie en subsidiëring museale instellingenvan toepassing zoals die luidden op de dag voorafgaande aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling, met uitzondering van de artikelen 3.7aen 3.12, tweede lid, en met dien verstande dat in artikel 3.6in plaats van ‘Artikel 2.10 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid’ dient te worden gelezen ‘Artikel 2.11 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid’.
a. artikel 2.15a; en
b. hoofdstuk 3.
2. Op de verstrekking van subsidie op grond van artikel 7.2 van de Erfgoedwetvoor de jaren tot 2021 blijven de bepalingen van de Regeling beheer rijkscollectie en subsidiëring museale instellingenvan toepassing zoals die luidden op de dag voorafgaande aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling, met uitzondering van de artikelen 3.7aen 3.12, tweede lid, en met dien verstande dat in artikel 3.6in plaats van ‘Artikel 2.10 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid’ dient te worden gelezen ‘Artikel 2.11 van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid’.