BWBR0042616
Geldig vanaf 05-10-2019
Artikel 3
Regeling vaststelling tijdelijke subsidieregeling onderzoeksjournalistiek 2019
1. Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is beschikbaar:
a. € 2,37 miljoen voor subsidies als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a; en
b. € 270.000 voor subsidies als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b.
c. € 330.000 afkomstig uit resterend budget van de regeling onderzoeksjournalistiek 2018, voor subsidies als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a
2. Van het in het eerste lid, onderdeel a, genoemde bedrag is 75 procent bestemd voor projecten op regionaal en lokaal niveau en 25 procent voor projecten op landelijk niveau. Als na subsidieverlening het voor projecten op regionaal en lokaal niveau beschikbare bedrag niet geheel is gebruikt, kan het resterende deel gebruikt worden voor projecten op landelijk niveau, en andersom.
3. Per aangevraagd project kan subsidie als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, worden verstrekt voor ten hoogste een bedrag van € 200.000 en voor een periode van maximaal één jaar.
4. Voor het creëren van een nieuwe arbeidsplaats op voltijdbasis kan een maximale subsidie worden verstrekt van
a. maximaal € 3.500 per maand in de passende beloning van een nieuwe medewerker op een arbeidsplaats als bedoeld in artikel 2, derde lid onderdeel a.
b. maximaal € 1.750 per maand in de passende beloning van een nieuwe medewerker op een arbeidsplaats als bedoeld in artikel 2, derde lid onderdeel b.
Bij arbeidsplaatsen voor minder dan voltijdbasis gelden naar rato lagere bedragen. Het aannemen van mensen dient boven de huidige bezetting te gebeuren.
5. In afwijking van het derde lid kan subsidie voor een hoger bedrag of voor een langere periode worden verstrekt als de activiteiten naar het oordeel van het Stimuleringsfonds van uitzonderlijk belang zijn voor verbeteren van de nieuwsvoorziening op het terrein van onderzoeksjournalistiek.
6. De aanvrager is verantwoordelijk voor een passende beloning. In afwijking van het vierde lid, onderdeel b, kan het Stimuleringsfonds een hogere subsidie verstrekken als de subsidieaanvrager kan aantonen dat zijn financiële mogelijkheden ontoereikend zijn om in een passende beloning te voorzien.
7. Bij overschrijding van een subsidieplafond kan het Stimuleringsfonds een subsidie weigeren voor zover door de verstrekking van de subsidie het subsidieplafond zou worden overschreden. Voor het in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde subsidieplafond is daarbij artikel 9, vierde lid, van toepassing.
8. De subsidie als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, bedraagt per project maximaal 10 procent van de totale toegekende subsidie.
a. € 2,37 miljoen voor subsidies als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a; en
b. € 270.000 voor subsidies als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b.
c. € 330.000 afkomstig uit resterend budget van de regeling onderzoeksjournalistiek 2018, voor subsidies als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a
2. Van het in het eerste lid, onderdeel a, genoemde bedrag is 75 procent bestemd voor projecten op regionaal en lokaal niveau en 25 procent voor projecten op landelijk niveau. Als na subsidieverlening het voor projecten op regionaal en lokaal niveau beschikbare bedrag niet geheel is gebruikt, kan het resterende deel gebruikt worden voor projecten op landelijk niveau, en andersom.
3. Per aangevraagd project kan subsidie als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, worden verstrekt voor ten hoogste een bedrag van € 200.000 en voor een periode van maximaal één jaar.
4. Voor het creëren van een nieuwe arbeidsplaats op voltijdbasis kan een maximale subsidie worden verstrekt van
a. maximaal € 3.500 per maand in de passende beloning van een nieuwe medewerker op een arbeidsplaats als bedoeld in artikel 2, derde lid onderdeel a.
b. maximaal € 1.750 per maand in de passende beloning van een nieuwe medewerker op een arbeidsplaats als bedoeld in artikel 2, derde lid onderdeel b.
Bij arbeidsplaatsen voor minder dan voltijdbasis gelden naar rato lagere bedragen. Het aannemen van mensen dient boven de huidige bezetting te gebeuren.
5. In afwijking van het derde lid kan subsidie voor een hoger bedrag of voor een langere periode worden verstrekt als de activiteiten naar het oordeel van het Stimuleringsfonds van uitzonderlijk belang zijn voor verbeteren van de nieuwsvoorziening op het terrein van onderzoeksjournalistiek.
6. De aanvrager is verantwoordelijk voor een passende beloning. In afwijking van het vierde lid, onderdeel b, kan het Stimuleringsfonds een hogere subsidie verstrekken als de subsidieaanvrager kan aantonen dat zijn financiële mogelijkheden ontoereikend zijn om in een passende beloning te voorzien.
7. Bij overschrijding van een subsidieplafond kan het Stimuleringsfonds een subsidie weigeren voor zover door de verstrekking van de subsidie het subsidieplafond zou worden overschreden. Voor het in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde subsidieplafond is daarbij artikel 9, vierde lid, van toepassing.
8. De subsidie als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, bedraagt per project maximaal 10 procent van de totale toegekende subsidie.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0042616
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl