BWBR0042534
Geldig vanaf 2019-10-01
Artikel 2
Instellingsbesluit Commissie Expertisecentra langdurige zorg
1. Er is een Commissie Expertisecentra langdurige zorg.
2. De commissie heeft tot taak het voeren van regie op de inrichting van de (kennis)infrastructuur van specifieke doelgroepen met hoog complexe zorgbehoefte en een laag volume. Het gaat om de realisatie van expertisecentra langdurige zorg, de daarbij behorende Kenniscentra en de zorgaanbieders (satellieten) waarmee de Expertisecentra en Kenniscentra samenwerken. Daartoe gelden de volgende deelopdrachten:
a. selectiecriteria; Op 14 juli 2019 is het KPMG-advies Expertisecentra in de langdurige zorg aan de Tweede Kamer gestuurd (Kamerstukken II 2018–2019, 31 765, nr. 414). In dit advies zijn criteria benoemd die zijn te stellen aan de kenniscentra, expertisecentra en satellieten. Op basis van de in genoemd rapport geformuleerde criteria doen de vertegenwoordigers van de specifieke doelgroepen een voorstel voor de verdere uitwerking van selectiecriteria aan de commissie. Waar mogelijk geven zij ook aan welke partij een van de rollen kan gaan vervullen. De commissie toetst deze voorstellen en adviseert daarover. De uitvoering van de deelopdrachten b tot en met d is mede afhankelijk van de resultaten van deelopdracht a;
b. faciliteren specifieke doelgroepen; De commissie voert regie door het ondersteunen van de aangewezen partijen bij het gaan voldoen aan de criteria voor kenniscentrum, expertisecentra of satelliet. Waar nodig kan de commissie een stimulerende rol vervullen;
c. stelselpartijen en kennisinfrastructuur; De commissie houdt verbinding met stelselpartijen (met name de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en Zorgverzekeraars Nederland (ZN)) over de vorderingen bij specifieke doelgroepen. Ook kan de commissie aan de NZa en ZN adviseren over de wijze waarop de bekostiging en de contractering van de specifieke doelgroepen kan gaan plaatsvinden. Daarnaast werkt de commissie de samenhang uit met de overige onderdelen van de kennisinfrastructuur zoals de Academische Werkplaatsen, beroepsorganisaties, Stichting KwaliteitsImpuls Langdurige Zorg, Zorgonderzoek Nederland Medische Wetenschappen en Vilans;
d. adviseer over de structurele situatie; Het nu aanwijzen van de partijen is geen eenmalige actie. Er zal bezien moeten worden of de aangewezen partijen hun rol in de kennisinfrastructuur waar maken en wellicht zullen de selectiecriteria op termijn geactualiseerd moeten worden. De commissie werkt de mogelijkheden daartoe uit.
3. De commissie heeft tevens tot taak:
a. het waarborgen en bevorderen van de kwaliteit en continuïteit van de laagvolume hoogcomplexe doelgroepnetwerken en kenniscentra in de langdurige zorg;
b. het opstellen en beheren van criteria voor doelgroepnetwerken, kenniscentra en expertisecentra die onderdeel zijn van de doelgroepnetwerken, alsmede het inrichten van visitatie en beoordelingsprocessen;
c. het stimuleren en faciliteren van kennisuitwisseling en kennisimplementatie tussen doelgroepnetwerken en kenniscentra onderling, alsmede met andere kennisinfrastructuren;
d. het ondersteunen van doelgroepnetwerken en kenniscentra;
e. het verrichten van visitaties, het adviseren van de minister over onder andere deze visitaties mede ten aanzien van nieuwe doelgroepnetwerken;
f. het organiseren of doen organiseren van bijeenkomsten; en
g. het deelnemen in en mede vormgeven aan discussie, opinievorming en beleidsbepaling op het gebied van de laagvolume hoogcomplexe langdurige zorg;
h. het voeren van regie op de structurele verankering van de kwaliteitscriteria laagvolume hoogcomplexe doelgroepnetwerken in een kwaliteitsinstrument en op de borging van de nieuw ontwikkelde infrastructuur binnen het zorgstelsel. Beide dienen per 1 januari 2027 gerealiseerd te zijn.
2. De commissie heeft tot taak het voeren van regie op de inrichting van de (kennis)infrastructuur van specifieke doelgroepen met hoog complexe zorgbehoefte en een laag volume. Het gaat om de realisatie van expertisecentra langdurige zorg, de daarbij behorende Kenniscentra en de zorgaanbieders (satellieten) waarmee de Expertisecentra en Kenniscentra samenwerken. Daartoe gelden de volgende deelopdrachten:
a. selectiecriteria; Op 14 juli 2019 is het KPMG-advies Expertisecentra in de langdurige zorg aan de Tweede Kamer gestuurd (Kamerstukken II 2018–2019, 31 765, nr. 414). In dit advies zijn criteria benoemd die zijn te stellen aan de kenniscentra, expertisecentra en satellieten. Op basis van de in genoemd rapport geformuleerde criteria doen de vertegenwoordigers van de specifieke doelgroepen een voorstel voor de verdere uitwerking van selectiecriteria aan de commissie. Waar mogelijk geven zij ook aan welke partij een van de rollen kan gaan vervullen. De commissie toetst deze voorstellen en adviseert daarover. De uitvoering van de deelopdrachten b tot en met d is mede afhankelijk van de resultaten van deelopdracht a;
b. faciliteren specifieke doelgroepen; De commissie voert regie door het ondersteunen van de aangewezen partijen bij het gaan voldoen aan de criteria voor kenniscentrum, expertisecentra of satelliet. Waar nodig kan de commissie een stimulerende rol vervullen;
c. stelselpartijen en kennisinfrastructuur; De commissie houdt verbinding met stelselpartijen (met name de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en Zorgverzekeraars Nederland (ZN)) over de vorderingen bij specifieke doelgroepen. Ook kan de commissie aan de NZa en ZN adviseren over de wijze waarop de bekostiging en de contractering van de specifieke doelgroepen kan gaan plaatsvinden. Daarnaast werkt de commissie de samenhang uit met de overige onderdelen van de kennisinfrastructuur zoals de Academische Werkplaatsen, beroepsorganisaties, Stichting KwaliteitsImpuls Langdurige Zorg, Zorgonderzoek Nederland Medische Wetenschappen en Vilans;
d. adviseer over de structurele situatie; Het nu aanwijzen van de partijen is geen eenmalige actie. Er zal bezien moeten worden of de aangewezen partijen hun rol in de kennisinfrastructuur waar maken en wellicht zullen de selectiecriteria op termijn geactualiseerd moeten worden. De commissie werkt de mogelijkheden daartoe uit.
3. De commissie heeft tevens tot taak:
a. het waarborgen en bevorderen van de kwaliteit en continuïteit van de laagvolume hoogcomplexe doelgroepnetwerken en kenniscentra in de langdurige zorg;
b. het opstellen en beheren van criteria voor doelgroepnetwerken, kenniscentra en expertisecentra die onderdeel zijn van de doelgroepnetwerken, alsmede het inrichten van visitatie en beoordelingsprocessen;
c. het stimuleren en faciliteren van kennisuitwisseling en kennisimplementatie tussen doelgroepnetwerken en kenniscentra onderling, alsmede met andere kennisinfrastructuren;
d. het ondersteunen van doelgroepnetwerken en kenniscentra;
e. het verrichten van visitaties, het adviseren van de minister over onder andere deze visitaties mede ten aanzien van nieuwe doelgroepnetwerken;
f. het organiseren of doen organiseren van bijeenkomsten; en
g. het deelnemen in en mede vormgeven aan discussie, opinievorming en beleidsbepaling op het gebied van de laagvolume hoogcomplexe langdurige zorg;
h. het voeren van regie op de structurele verankering van de kwaliteitscriteria laagvolume hoogcomplexe doelgroepnetwerken in een kwaliteitsinstrument en op de borging van de nieuw ontwikkelde infrastructuur binnen het zorgstelsel. Beide dienen per 1 januari 2027 gerealiseerd te zijn.