BWBR0042527
Geldig vanaf 2020-01-01
Artikel IV
Wijzigingswet Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten, enz. (invoering Wzd-functionaris)
1. Ten aanzien van degenen die het beroep van orthopedagoog-generalist reeds uitoefenden vóór het tijdstip waarop artikel III, onderdeel A, in werking is getreden, blijft het in artikel 4, tweede lid, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorggestelde verbod, voor zover het de titel betreft, waarvan het voeren voorbehouden is aan degenen die in de op dat beroep betrekking hebbende hoedanigheid in het desbetreffende register ingeschreven staan, gedurende zes maanden na dat tijdstip en, indien binnen dat tijdstip overeenkomstig het bij of krachtens artikel 5 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorgbepaalde een aanvrage voor inschrijving in het register van orthopedagogen-generalist is ingediend, ook nadien totdat op hun aanvrage onherroepelijk is beslist, buiten toepassing.
2. De in het eerste lid bedoelde personen zijn aan tuchtrechtspraak overeenkomstig de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorgonderworpen.
3. De in het eerste lid bedoelde personen worden voor de toepassing van in andere wetten opgenomen bepalingen, betrekking hebbende op degenen die in het desbetreffende register ingeschreven staan, gedurende de in het eerste lid bedoelde periode gelijkgesteld met degenen die in dat register ingeschreven staan.
2. De in het eerste lid bedoelde personen zijn aan tuchtrechtspraak overeenkomstig de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorgonderworpen.
3. De in het eerste lid bedoelde personen worden voor de toepassing van in andere wetten opgenomen bepalingen, betrekking hebbende op degenen die in het desbetreffende register ingeschreven staan, gedurende de in het eerste lid bedoelde periode gelijkgesteld met degenen die in dat register ingeschreven staan.