BWBR0042512
Geldig vanaf 01-10-2019
Artikel 5
Verordening Deelneming in gerechtsdeurwaarderskantoren
1. Ten einde te waarborgen dat aan deze verordening wordt voldaan, sluit de gerechtsdeurwaarder een aandeelhouders- of vergelijkbare overeenkomst met allen die als aandeelhouders, vennoten of anderszins deelnemen in de vennootschap waaraan het gerechtsdeurwaarderskantoor toebehoort.
2. De in het eerste lid bedoelde overeenkomst houdt ten minste in:
a. de verplichting voor een partij om haar deelneming te beperken of te beëindigen op zodanige wijze dat voldaan wordt aan deze verordening, indien: – deze partij zelf een vennootschap is en door wijziging in het bestuur, overdracht van aandelen of anderszins een deelneming overgaat op een andere persoon en daardoor niet langer wordt voldaan aan de verordening;
– deze partij, of enige in haar deelnemende persoon, betrokken is bij opdrachten aan het kantoor of anderszins werkzaamheden verricht of diensten aanbiedt op een wijze die aan een gerechtsdeurwaarder niet zou zijn toegestaan of die schade kunnen toebrengen aan eer en aanzien van het ambt;
– deze partij, of enige in haar deelnemende persoon, niet langer in aanmerking zou komen voor verlening van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens;
– deze partij nalaat zich daadwerkelijk te onderwerpen aan en medewerking te verlenen aan toezicht als bedoeld in artikel 4, onderdeel c.
– deze partij zelf een vennootschap is en door wijziging in het bestuur, overdracht van aandelen of anderszins een deelneming overgaat op een andere persoon en daardoor niet langer wordt voldaan aan de verordening;
– deze partij, of enige in haar deelnemende persoon, betrokken is bij opdrachten aan het kantoor of anderszins werkzaamheden verricht of diensten aanbiedt op een wijze die aan een gerechtsdeurwaarder niet zou zijn toegestaan of die schade kunnen toebrengen aan eer en aanzien van het ambt;
– deze partij, of enige in haar deelnemende persoon, niet langer in aanmerking zou komen voor verlening van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens;
– deze partij nalaat zich daadwerkelijk te onderwerpen aan en medewerking te verlenen aan toezicht als bedoeld in artikel 4, onderdeel c.
b. een in het economisch verkeer als redelijk te beoordelen en objectieve maatstaf voor de bepaling van de waarde van deelnemingen;
c. de bepaling dat overnamesommen op redelijk verzoek van de koper in termijnen mogen worden voldaan;
d. de verplichting om zich te onthouden van het tot stand brengen of uitvoeren van iedere volmacht, stemrechtovereenkomst of andere rechtshandeling waardoor afbreuk kan worden gedaan aan de onafhankelijkheid van de gerechtsdeurwaarder.
3. Van de verplichting, bedoeld in het tweede, derde en vierde gedachtestreepje van het tweede lid, onder a, kunnen worden uitgezonderd gerechtsdeurwaarders, alsmede vennootschappen waarin gerechtsdeurwaarders zeggenschap en invloed hebben als omschreven in artikel 3.
2. De in het eerste lid bedoelde overeenkomst houdt ten minste in:
a. de verplichting voor een partij om haar deelneming te beperken of te beëindigen op zodanige wijze dat voldaan wordt aan deze verordening, indien: – deze partij zelf een vennootschap is en door wijziging in het bestuur, overdracht van aandelen of anderszins een deelneming overgaat op een andere persoon en daardoor niet langer wordt voldaan aan de verordening;
– deze partij, of enige in haar deelnemende persoon, betrokken is bij opdrachten aan het kantoor of anderszins werkzaamheden verricht of diensten aanbiedt op een wijze die aan een gerechtsdeurwaarder niet zou zijn toegestaan of die schade kunnen toebrengen aan eer en aanzien van het ambt;
– deze partij, of enige in haar deelnemende persoon, niet langer in aanmerking zou komen voor verlening van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens;
– deze partij nalaat zich daadwerkelijk te onderwerpen aan en medewerking te verlenen aan toezicht als bedoeld in artikel 4, onderdeel c.
– deze partij zelf een vennootschap is en door wijziging in het bestuur, overdracht van aandelen of anderszins een deelneming overgaat op een andere persoon en daardoor niet langer wordt voldaan aan de verordening;
– deze partij, of enige in haar deelnemende persoon, betrokken is bij opdrachten aan het kantoor of anderszins werkzaamheden verricht of diensten aanbiedt op een wijze die aan een gerechtsdeurwaarder niet zou zijn toegestaan of die schade kunnen toebrengen aan eer en aanzien van het ambt;
– deze partij, of enige in haar deelnemende persoon, niet langer in aanmerking zou komen voor verlening van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens;
– deze partij nalaat zich daadwerkelijk te onderwerpen aan en medewerking te verlenen aan toezicht als bedoeld in artikel 4, onderdeel c.
b. een in het economisch verkeer als redelijk te beoordelen en objectieve maatstaf voor de bepaling van de waarde van deelnemingen;
c. de bepaling dat overnamesommen op redelijk verzoek van de koper in termijnen mogen worden voldaan;
d. de verplichting om zich te onthouden van het tot stand brengen of uitvoeren van iedere volmacht, stemrechtovereenkomst of andere rechtshandeling waardoor afbreuk kan worden gedaan aan de onafhankelijkheid van de gerechtsdeurwaarder.
3. Van de verplichting, bedoeld in het tweede, derde en vierde gedachtestreepje van het tweede lid, onder a, kunnen worden uitgezonderd gerechtsdeurwaarders, alsmede vennootschappen waarin gerechtsdeurwaarders zeggenschap en invloed hebben als omschreven in artikel 3.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0042512
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl