BWBR0042483
Geldig vanaf 2019-08-07
Artikel 3
Beleidsregel rol beheerder bij voertuigtoelating Spoorwegwet
1. Een aanvraag tot voertuigtoelating wordt vergezeld van:
a. een visie van de beheerder dan wel een motivering van de aanvrager waarom een visie niet noodzakelijk is;
b. onderliggende documentatie die de aanvrager heeft ontvangen van de beheerder.
2. In geval een visie als bedoeld in het eerste lid ontbreekt, informeert de ILT de beheerder over de ontvangst van de aanvraag binnen 3 werkdagen.
3. In geval de ILT een infrastructuurcompatibiliteitsverklaring -al dan niet in aanvulling op de reeds opgestelde visie- noodzakelijk acht, zal zij zo spoedig mogelijk de beheerder alle documenten toesturen die nodig zijn om een infrastructuurcompatibiliteitsverklaring te kunnen verstrekken.
4. De ILT betrekt de infrastructuurcompatibiliteitsverklaring bij het op de aanvraag te nemen besluit dan wel bij de door de ILT aan het Spoorwegbureau te verstrekken beoordeling in de zin van artikel 21, vijfde lid, onderdeel b, van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/545, mits zij de infrastructuurcompatibiliteitsverklaring heeft ontvangen,
a. binnen 15 werkdagen na het versturen van de ontvangstbevestiging, bedoeld in het tweede lid, danwel,
b. binnen 15 dagen na het toesturen van de documenten, bedoeld in het derde lid.
a. een visie van de beheerder dan wel een motivering van de aanvrager waarom een visie niet noodzakelijk is;
b. onderliggende documentatie die de aanvrager heeft ontvangen van de beheerder.
2. In geval een visie als bedoeld in het eerste lid ontbreekt, informeert de ILT de beheerder over de ontvangst van de aanvraag binnen 3 werkdagen.
3. In geval de ILT een infrastructuurcompatibiliteitsverklaring -al dan niet in aanvulling op de reeds opgestelde visie- noodzakelijk acht, zal zij zo spoedig mogelijk de beheerder alle documenten toesturen die nodig zijn om een infrastructuurcompatibiliteitsverklaring te kunnen verstrekken.
4. De ILT betrekt de infrastructuurcompatibiliteitsverklaring bij het op de aanvraag te nemen besluit dan wel bij de door de ILT aan het Spoorwegbureau te verstrekken beoordeling in de zin van artikel 21, vijfde lid, onderdeel b, van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/545, mits zij de infrastructuurcompatibiliteitsverklaring heeft ontvangen,
a. binnen 15 werkdagen na het versturen van de ontvangstbevestiging, bedoeld in het tweede lid, danwel,
b. binnen 15 dagen na het toesturen van de documenten, bedoeld in het derde lid.