1. De directeur Kustwacht brengt jaarlijks, voor 1 april, verslag uit over:
a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren werkzaam in de in artikel 2 genoemde functie;
b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;
c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister voor Rechtsbescherming goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.
2. Dit verslag wordt toegezonden aan de in artikel 5bedoelde toezichthouder en direct toezichthouder en aan het Ministerie van Veiligheid en Justitie, dienst Justis, afdeling V&T, postbus 20300, 2500 EH Den Haag.
3. Aan de buitengewoon opsporingsambtenaar wordt op grond van het gestelde in het onderdeel Beperkte opsporingsbevoegdheden van
bijlage H bij de Beleidsregels Buitengewoon opsporingsambtenaar, ontheffing verleend van het bepaalde in
artikel 16, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar, voor de praktijk examenonderdelen.