BWBR0042462
Geldig vanaf 2019-08-01
Artikel 9
Subsidieregeling instructeursbeurs mbo
1. De subsidie voor studiekosten bestaat uit:
a. de kosten van collegegeld tot een maximum van € 7.000;
b. de kosten van studiemiddelen van tien procent van het verschuldigde collegegeld tot een maximum van € 350; en
c. reiskosten van tien procent van het verschuldigde collegegeld tot een maximum van € 350.
2. De minister betaalt het subsidiebedrag ineens voor aanvang van de opleiding waarop de subsidie betrekking heeft.
3. In afwijking van het gestelde in het tweede lid, betaalt de minister het subsidiebedrag voor het studiejaar 2019/2020 in het kalenderjaar 2019.
4. In afwijking van het eerste lid, onderdelen b en c, bestaat de subsidie voor studiekosten voor het studiejaar 2021–2022 uit:
a. de kosten van studiemiddelen van twintig procent van het verschuldigde collegegeld tot een maximum van € 350; en
b. de reiskosten van twintig procent van het verschuldigde collegegeld tot een maximum van € 350.
a. de kosten van collegegeld tot een maximum van € 7.000;
b. de kosten van studiemiddelen van tien procent van het verschuldigde collegegeld tot een maximum van € 350; en
c. reiskosten van tien procent van het verschuldigde collegegeld tot een maximum van € 350.
2. De minister betaalt het subsidiebedrag ineens voor aanvang van de opleiding waarop de subsidie betrekking heeft.
3. In afwijking van het gestelde in het tweede lid, betaalt de minister het subsidiebedrag voor het studiejaar 2019/2020 in het kalenderjaar 2019.
4. In afwijking van het eerste lid, onderdelen b en c, bestaat de subsidie voor studiekosten voor het studiejaar 2021–2022 uit:
a. de kosten van studiemiddelen van twintig procent van het verschuldigde collegegeld tot een maximum van € 350; en
b. de reiskosten van twintig procent van het verschuldigde collegegeld tot een maximum van € 350.