BWBR0042448
Geldig vanaf 2019-07-26
Artikel 7
Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit ASEA 2019
Aan de hoofden van de afdelingen, genoemd in artikel 2, wordt volmacht, mandaat en machtiging verleend met betrekking tot:
a. het nemen van besluiten over en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op de personeelsaangelegenheden ten behoeve van de eigen organisatie eenheid, voor zover het betreft: 1. het opmaken en vaststellen van een beoordeling van medewerkers;
2. het houden van personeelsgesprekken;
3. verlof van medewerkers;
4. kleine beloningen en gratificaties, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de directeur;
5. personele ontwikkeling waaronder opleiding en begeleiding, welke voorafgaand door de directeur zijn geaccordeerd;
1. het opmaken en vaststellen van een beoordeling van medewerkers;
2. het houden van personeelsgesprekken;
3. verlof van medewerkers;
4. kleine beloningen en gratificaties, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de directeur;
5. personele ontwikkeling waaronder opleiding en begeleiding, welke voorafgaand door de directeur zijn geaccordeerd;
b. het afdoen van stukken met uitzondering van stukken waarvan, gelet op het belang daarvan, redelijkerwijs kan worden vermoed, dat deze door de directeur moeten worden afgedaan.
a. het nemen van besluiten over en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op de personeelsaangelegenheden ten behoeve van de eigen organisatie eenheid, voor zover het betreft: 1. het opmaken en vaststellen van een beoordeling van medewerkers;
2. het houden van personeelsgesprekken;
3. verlof van medewerkers;
4. kleine beloningen en gratificaties, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de directeur;
5. personele ontwikkeling waaronder opleiding en begeleiding, welke voorafgaand door de directeur zijn geaccordeerd;
1. het opmaken en vaststellen van een beoordeling van medewerkers;
2. het houden van personeelsgesprekken;
3. verlof van medewerkers;
4. kleine beloningen en gratificaties, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de directeur;
5. personele ontwikkeling waaronder opleiding en begeleiding, welke voorafgaand door de directeur zijn geaccordeerd;
b. het afdoen van stukken met uitzondering van stukken waarvan, gelet op het belang daarvan, redelijkerwijs kan worden vermoed, dat deze door de directeur moeten worden afgedaan.