BWBR0042445
Geldig vanaf 2019-07-26
Artikel 3
Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit IZ 2019
Het hoofd van de afdeling Europese Aangelegenheden is verantwoordelijk voor:
a. het ontwikkelen van een strategisch kader ten aanzien van het te voeren EU-beleid van het departement en toetsen van de Nederlandse inbreng daarin (waaronder het toetsen aan de strategische kaders);
b. het voeren van het inhoudelijke en procesmatige secretariaat ten aanzien van de EU-dossiers en het initiëren, adviseren, coördineren en toetsen van de Nederlandse inbreng daarin;
c. het voeren van onderhandelingen en uitdragen van Nederlandse standpunten in EU-verband.
d. het toetsen van nationale voornemens aan Europese kaders en ontwikkelingen;
e. de functionele aansturing van het cluster Permanente Vertegenwoordiging en het in samenwerking met het cluster Permanente Vertegenwoordiging voeren van de regie over het proces tussen de beleidsdirecties en de Europese Unie;
f. het onderhouden van het bilaterale netwerk waarbij de focus ligt bij prioritaire landen in de huidige en toekomstige lidstaten van de Europese Unie;
g. het mede vormgeven en bewaken van de Europese institutionele kaders;
h. het toerusten van het ministerie met het oog op EU-activiteiten.
a. het ontwikkelen van een strategisch kader ten aanzien van het te voeren EU-beleid van het departement en toetsen van de Nederlandse inbreng daarin (waaronder het toetsen aan de strategische kaders);
b. het voeren van het inhoudelijke en procesmatige secretariaat ten aanzien van de EU-dossiers en het initiëren, adviseren, coördineren en toetsen van de Nederlandse inbreng daarin;
c. het voeren van onderhandelingen en uitdragen van Nederlandse standpunten in EU-verband.
d. het toetsen van nationale voornemens aan Europese kaders en ontwikkelingen;
e. de functionele aansturing van het cluster Permanente Vertegenwoordiging en het in samenwerking met het cluster Permanente Vertegenwoordiging voeren van de regie over het proces tussen de beleidsdirecties en de Europese Unie;
f. het onderhouden van het bilaterale netwerk waarbij de focus ligt bij prioritaire landen in de huidige en toekomstige lidstaten van de Europese Unie;
g. het mede vormgeven en bewaken van de Europese institutionele kaders;
h. het toerusten van het ministerie met het oog op EU-activiteiten.