BWBR0042434
Geldig vanaf 2022-10-04
Artikel 8
Regeling specifieke uitkering PrEP
De coördinerende GGD draagt er ten behoeve van zijn verzorgingsgebied zorg voor dat in het jaar waarvoor de uitkering wordt verstrekt:
a. er op planmatige wijze toereikende medische begeleiding en gepaste coördinatie worden uitgevoerd;
b. de medische begeleiding van verantwoorde kwaliteit is;
c. er bij het ter hand stellen van PrEP aan de desbetreffende persoon per dertig pillen telkens een bedrag van € 7,50 in rekening wordt gebracht;
d. de medische begeleiding wordt uitgevoerd in samenwerking met andere gemeentelijke gezondheidsdiensten binnen het verzorgingsgebied;
e. uiterlijk 2 maanden na afloop van ieder kwartaal op door de minister te bepalen wijze gegevens worden verstrekt over het aantal begeleide personen en verrichte consulten;
f. de gegevens over het aantal begeleide personen en verrichte consulten op een door de minister vastgestelde wijze worden verstrekt aan het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu;
g. de gegevens ten behoeve van onderzoekingen als bedoeld in artikel 30, derde lid, van de Subsidieregeling publieke gezondheid, ten behoeve van de ontwikkeling van het beleid op het gebied van de preventie van hiv op een door de minister vastgestelde wijze worden verstrekt aan het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu;
h. de gemeentelijke gezondheidsdiensten binnen het verzorgingsgebied die medicatie voorschrijven aan een persoon, diens huisarts en apotheker informeren, mits die persoon daarmee instemt.
a. er op planmatige wijze toereikende medische begeleiding en gepaste coördinatie worden uitgevoerd;
b. de medische begeleiding van verantwoorde kwaliteit is;
c. er bij het ter hand stellen van PrEP aan de desbetreffende persoon per dertig pillen telkens een bedrag van € 7,50 in rekening wordt gebracht;
d. de medische begeleiding wordt uitgevoerd in samenwerking met andere gemeentelijke gezondheidsdiensten binnen het verzorgingsgebied;
e. uiterlijk 2 maanden na afloop van ieder kwartaal op door de minister te bepalen wijze gegevens worden verstrekt over het aantal begeleide personen en verrichte consulten;
f. de gegevens over het aantal begeleide personen en verrichte consulten op een door de minister vastgestelde wijze worden verstrekt aan het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu;
g. de gegevens ten behoeve van onderzoekingen als bedoeld in artikel 30, derde lid, van de Subsidieregeling publieke gezondheid, ten behoeve van de ontwikkeling van het beleid op het gebied van de preventie van hiv op een door de minister vastgestelde wijze worden verstrekt aan het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu;
h. de gemeentelijke gezondheidsdiensten binnen het verzorgingsgebied die medicatie voorschrijven aan een persoon, diens huisarts en apotheker informeren, mits die persoon daarmee instemt.