BWBR0042425
Geldig vanaf 2019-07-21
Artikel 3
Beleidsregel artikel 13 Wet veiligheidsonderzoeken
1. De minister neemt slechts de navolgende verzoeken om een mededeling in behandeling:
a. verzoeken die betrekking hebben op personen die in het bezit zijn van de Nederlandse nationaliteit;
b. verzoeken die betrekking hebben op personen die niet in het bezit zijn van de Nederlandse nationaliteit en die op het moment van het verzoek in Nederland verblijven;
c. verzoeken die betrekking hebben op personen die niet in het bezit zijn van de Nederlandse nationaliteit, als ingezetene in Nederland ingeschreven zijn geweest en niet langer dan 6 maanden voor de datum van indiening van een verzoek om een mededeling als ingezetene zijn uitgeschreven uit de basisregistratie personen.
In overige gevallen wordt het verzoek onder opgave van redenen geretourneerd aan de verzoeker.
2. Verzoeker dient de reden van zijn verzoek om afgifte van een mededeling over de in dat verzoek opgenomen persoon voldoende te onderbouwen en aan te geven welk niveau van veiligheidsonderzoek noodzakelijk is. Indien de onderbouwing naar het oordeel van de minister onvoldoende is om een veiligheidsonderzoek naar de in het verzoek opgenomen persoon te rechtvaardigen, kan het verzoek onder opgave van redenen geretourneerd worden aan verzoeker.
a. verzoeken die betrekking hebben op personen die in het bezit zijn van de Nederlandse nationaliteit;
b. verzoeken die betrekking hebben op personen die niet in het bezit zijn van de Nederlandse nationaliteit en die op het moment van het verzoek in Nederland verblijven;
c. verzoeken die betrekking hebben op personen die niet in het bezit zijn van de Nederlandse nationaliteit, als ingezetene in Nederland ingeschreven zijn geweest en niet langer dan 6 maanden voor de datum van indiening van een verzoek om een mededeling als ingezetene zijn uitgeschreven uit de basisregistratie personen.
In overige gevallen wordt het verzoek onder opgave van redenen geretourneerd aan de verzoeker.
2. Verzoeker dient de reden van zijn verzoek om afgifte van een mededeling over de in dat verzoek opgenomen persoon voldoende te onderbouwen en aan te geven welk niveau van veiligheidsonderzoek noodzakelijk is. Indien de onderbouwing naar het oordeel van de minister onvoldoende is om een veiligheidsonderzoek naar de in het verzoek opgenomen persoon te rechtvaardigen, kan het verzoek onder opgave van redenen geretourneerd worden aan verzoeker.