BWBR0042417
Geldig vanaf 2019-07-18
Artikel IV
Wijzigingsbesluit Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en Rechtspositiebesluit Rijksvertegenwoordiger BES (verhoging diverse vergoedingen en harmonisatie rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers)
1. In dit artikel wordt verstaan onder « Rechtspositiebesluit burgemeesters» het Rechtspositiebesluit burgemeesters, zoals dat luidde op 31 december 2018, en onder «inwonersklasse» de inwonersklasse waarin de desbetreffende gemeente was ingedeeld op grond van artikel 5 van het Rechtspositiebesluit burgemeesters.
2. Degene die in de periode van 1 juli 2018 tot en met 31 december 2018 als burgemeester in functie was, ontvangt eenmalig een aanvulling op de bezoldiging die wordt berekend volgens de formule a(c-b), waarbij:
«a» staat voor de duur dat betrokkene in de periode van 1 juli 2018 tot en met 31 december 2018 burgemeester was, uitgedrukt in maanden, afgerond op decimalen;
«b» staat voor de bezoldiging per maand op grond van de tabel in bijlage I bij het Rechtspositiebesluit burgemeesters;
«c» staat voor de bezoldiging per maand volgens deze tabel:
[tabel]
3. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op degene die in de periode van 1 juli 2018 tot en met 31 december 2018 op grond van artikel 78 van de Gemeentewetmet de waarneming van het ambt van burgemeester was belast.
2. Degene die in de periode van 1 juli 2018 tot en met 31 december 2018 als burgemeester in functie was, ontvangt eenmalig een aanvulling op de bezoldiging die wordt berekend volgens de formule a(c-b), waarbij:
«a» staat voor de duur dat betrokkene in de periode van 1 juli 2018 tot en met 31 december 2018 burgemeester was, uitgedrukt in maanden, afgerond op decimalen;
«b» staat voor de bezoldiging per maand op grond van de tabel in bijlage I bij het Rechtspositiebesluit burgemeesters;
«c» staat voor de bezoldiging per maand volgens deze tabel:
[tabel]
3. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op degene die in de periode van 1 juli 2018 tot en met 31 december 2018 op grond van artikel 78 van de Gemeentewetmet de waarneming van het ambt van burgemeester was belast.