BWBR0042400
Geldig vanaf 01-08-2019
Artikel 8
Regeling toetsreglement van de centrale eindtoets po schooljaar 2019–2020
Leerlingen met speciale ondersteuningsbehoeften zijn vanuit de wet niet uitgezonderd van deelname aan de eindtoets. De directeur van de school heeft de zorgplicht om vooraf te onderzoeken welke leerling wat nodig heeft aan speciale ondersteuning. Leerlingen met speciale ondersteuningsbehoeften kunnen en moeten de eindtoets maken al dan niet met aanpassingen. Een leerling met bijvoorbeeld dyslexie of een leerling die (kleuren)blind is, kan met aanpassingen aan de centrale eindtoets deelnemen. De eisen van de centrale eindtoets zijn hetzelfde als voor andere leerlingen. De vorm waarin de toets wordt aangeboden kan (gedeeltelijk) anders zijn. Dat kan, bijvoorbeeld bij braille, ook beperkte gevolgen hebben voor de inhoud (bijv. afbeeldingen vervangen door beschrijvingen). Bij de centrale eindtoets worden de volgende aangepaste versies voor leerlingen met speciale ondersteuningsbehoeften aangeboden:
– braille, voor leerlingen met een visuele beperking;
– een gegevensdrager met een versie voor leerlingen die slechtziend zijn waarbij de opgaven onder andere duidelijk gemarkeerd zijn;
– audio voor o.a. leerlingen met een leesbeperking (dyslexie) of een visuele beperking;
– daisy-cd met natuurlijke spraak voor leerlingen met dyslexie of een visuele beperking;
– een pdf geschikt voor tekst-naar-spraak-software, zoals gebruikt door leerlingen met dyslexie of een visuele beperking. De pdf is geschikt voor een aantal spraaksynthesesoftwarepakketten. De directeur kan bij vragen contact opnemen met de producent van de gewenste spraaksynthesesoftware;
– voor wereldoriëntatie: een zwart-wit versie op normale grootte, voor kleurenblinde leerlingen.
Voor leerlingen met dyscalculie wordt er geen aangepaste toets geleverd. Ook zijn er geen specifieke hulpmiddelen toegestaan. Compenserende maatregelen tasten de aard van de toets aan. Opgaven, geschikt voor gebruik met de rekenmachine, zien er anders uit dan opgaven zonder rekenmachine zoals die in de centrale eindtoets zijn opgenomen. Gebruik van de rekenmachine is alleen toegestaan wanneer dat expliciet in de opgave staat aangegeven.
De school heeft naast de genoemde aangepaste versies van de centrale eindtoets ook de mogelijkheid om rekening te houden met de ondersteuningsbehoefte van de leerling; zoals een extra rustige werkplek, een korte onderbreking of enige verruiming van de toetstijd. Hulpmiddelen die nodig zijn voor gebruik met de aangepaste versies (zoals een computer met spraaksynthesesoftware of braille-leesregel) zijn toegestaan. De directeur van de school zorgt ervoor dat de leerling via het hulpmiddel geen toegang heeft tot niet toegestane informatie. Hulpmiddelen zoals spellingkaarten of rekenmachines, of andere hulpmiddelen die de facto informatiedrager zijn, zijn niet toegestaan.
De beslissing of een leerling een aangepaste versie krijgt, is aan de directeur van de school. Als bij een leerling met speciale ondersteuningsbehoefte met het bovengenoemde aanbod en de ruimte in de afnamecondities niet adequaat de belemmering door de beperking – of de combinatie van beperkingen – kan worden weggenomen, neemt de school contact op met het College voor Toetsen en Examens.
– braille, voor leerlingen met een visuele beperking;
– een gegevensdrager met een versie voor leerlingen die slechtziend zijn waarbij de opgaven onder andere duidelijk gemarkeerd zijn;
– audio voor o.a. leerlingen met een leesbeperking (dyslexie) of een visuele beperking;
– daisy-cd met natuurlijke spraak voor leerlingen met dyslexie of een visuele beperking;
– een pdf geschikt voor tekst-naar-spraak-software, zoals gebruikt door leerlingen met dyslexie of een visuele beperking. De pdf is geschikt voor een aantal spraaksynthesesoftwarepakketten. De directeur kan bij vragen contact opnemen met de producent van de gewenste spraaksynthesesoftware;
– voor wereldoriëntatie: een zwart-wit versie op normale grootte, voor kleurenblinde leerlingen.
Voor leerlingen met dyscalculie wordt er geen aangepaste toets geleverd. Ook zijn er geen specifieke hulpmiddelen toegestaan. Compenserende maatregelen tasten de aard van de toets aan. Opgaven, geschikt voor gebruik met de rekenmachine, zien er anders uit dan opgaven zonder rekenmachine zoals die in de centrale eindtoets zijn opgenomen. Gebruik van de rekenmachine is alleen toegestaan wanneer dat expliciet in de opgave staat aangegeven.
De school heeft naast de genoemde aangepaste versies van de centrale eindtoets ook de mogelijkheid om rekening te houden met de ondersteuningsbehoefte van de leerling; zoals een extra rustige werkplek, een korte onderbreking of enige verruiming van de toetstijd. Hulpmiddelen die nodig zijn voor gebruik met de aangepaste versies (zoals een computer met spraaksynthesesoftware of braille-leesregel) zijn toegestaan. De directeur van de school zorgt ervoor dat de leerling via het hulpmiddel geen toegang heeft tot niet toegestane informatie. Hulpmiddelen zoals spellingkaarten of rekenmachines, of andere hulpmiddelen die de facto informatiedrager zijn, zijn niet toegestaan.
De beslissing of een leerling een aangepaste versie krijgt, is aan de directeur van de school. Als bij een leerling met speciale ondersteuningsbehoefte met het bovengenoemde aanbod en de ruimte in de afnamecondities niet adequaat de belemmering door de beperking – of de combinatie van beperkingen – kan worden weggenomen, neemt de school contact op met het College voor Toetsen en Examens.
- Citeren als
- Art. 8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0042400
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl