BWBR0042396
Geldig vanaf 2019-07-12
Artikel 2
Besluit BZK-toezicht en handhaving WNT
1. De ambtenaren werkzaam bij de Eenheid toezicht WNT worden aangewezen als ambtenaren belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de WNTten aanzien van rechtspersonen, instellingen en topfunctionarissen waarvoor de minister moet worden aangemerkt als de minister wie het aangaat in de zin van de WNT.
2. Aan het hoofd TEA, die leiding geeft aan de Eenheid toezicht WNT, wordt mandaat en machtiging verleend voor het vorderen van opgaven en inlichtingen op grond van artikel 5.3 van de WNTalsmede het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die verband houden met aan de minister toekomende bevoegdheid tot handhaving, bedoeld in de artikelen 5.4, 5.5en 5.6 van de WNTten aanzien van de in het eerste lid bedoelde rechtspersonen, instellingen en topfunctionarissen.
3. Aan het hoofd TEA, die leiding geeft aan de Eenheid toezicht WNT, wordt volmacht verleend voor het verrichten van rechtshandelingen die verband houden met de invordering van verbeurde dwangsommen en van gemaakte kosten voor bestuursdwang als bedoeld in artikel 5:25 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover deze verband houden met de bevoegdheid, bedoeld in het tweede lid.
2. Aan het hoofd TEA, die leiding geeft aan de Eenheid toezicht WNT, wordt mandaat en machtiging verleend voor het vorderen van opgaven en inlichtingen op grond van artikel 5.3 van de WNTalsmede het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die verband houden met aan de minister toekomende bevoegdheid tot handhaving, bedoeld in de artikelen 5.4, 5.5en 5.6 van de WNTten aanzien van de in het eerste lid bedoelde rechtspersonen, instellingen en topfunctionarissen.
3. Aan het hoofd TEA, die leiding geeft aan de Eenheid toezicht WNT, wordt volmacht verleend voor het verrichten van rechtshandelingen die verband houden met de invordering van verbeurde dwangsommen en van gemaakte kosten voor bestuursdwang als bedoeld in artikel 5:25 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover deze verband houden met de bevoegdheid, bedoeld in het tweede lid.