BWBR0042377
Geldig vanaf 2019-07-06
Artikel 2
Besluit gebruik van passagiersgegevens voor de bestrijding van terroristische en ernstige misdrijven
1. De in artikel 10, eerste, tweede en vierde lid, van de wet, bedoelde verstrekking van passagiersgegevens, onderscheidenlijk verwerkingsresultaten die, met bijbehorende passagiersgegevens, overeenkomstig artikel 8, tweede lid, van de wetaan de bevoegde instanties zijn doorgegeven, kan worden geweigerd of aan beperkende voorwaarden worden onderworpen indien dit naar het oordeel van de Dienst landelijke intelligenceorganisatie:
a. essentiële nationale veiligheidsbelangen zou schaden;
b. het welslagen van een lopend onderzoek of een verwerking als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van de Wet politiegegevens of de veiligheid van personen in gevaar zou brengen;
c. duidelijk disproportioneel of irrelevant zou zijn met het oog op de doelen waarvoor om verstrekking van de gegevens is verzocht;
d. betrekking heeft op gegevens die uitsluitend kunnen worden verstrekt na instemming van de officier van justitie en deze geen toestemming geeft voor de verstrekking;
e. betrekking heeft op gegevens die zijn verkregen van een andere lidstaat of van een derde land en deze geen toestemming geeft voor de doorzending; of
f. een geval betreft als bedoeld in artikel 2:13, eerste lid, onder a tot en met d en f, van het Besluit politiegegevens.
2. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden door de Passagiersinformatie-eenheid aan de Dienst landelijke informatieorganisatie verstrekt ten behoeve van diens taak, bedoeld in het eerste lid.
3. De verstrekking van de in het eerste en het tweede lid bedoelde gegevens geschiedt onder de voorwaarde dat deze gegevens slechts verder kunnen worden verwerkt voor het voorkomen, opsporen, onderzoeken of vervolgen van terroristische of ernstige misdrijven.
a. essentiële nationale veiligheidsbelangen zou schaden;
b. het welslagen van een lopend onderzoek of een verwerking als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van de Wet politiegegevens of de veiligheid van personen in gevaar zou brengen;
c. duidelijk disproportioneel of irrelevant zou zijn met het oog op de doelen waarvoor om verstrekking van de gegevens is verzocht;
d. betrekking heeft op gegevens die uitsluitend kunnen worden verstrekt na instemming van de officier van justitie en deze geen toestemming geeft voor de verstrekking;
e. betrekking heeft op gegevens die zijn verkregen van een andere lidstaat of van een derde land en deze geen toestemming geeft voor de doorzending; of
f. een geval betreft als bedoeld in artikel 2:13, eerste lid, onder a tot en met d en f, van het Besluit politiegegevens.
2. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden door de Passagiersinformatie-eenheid aan de Dienst landelijke informatieorganisatie verstrekt ten behoeve van diens taak, bedoeld in het eerste lid.
3. De verstrekking van de in het eerste en het tweede lid bedoelde gegevens geschiedt onder de voorwaarde dat deze gegevens slechts verder kunnen worden verwerkt voor het voorkomen, opsporen, onderzoeken of vervolgen van terroristische of ernstige misdrijven.