BWBR0042362
Geldig vanaf 04-07-2019
Artikel 3
Regeling tijdelijk scholingsbudget UWV 2019
1. Voor 1 oktober van elk jaar verstrekt het UWV aan de minister een opgave van het totaalbedrag van de voor het komende jaar geraamde lasten met betrekking tot deze regeling, voor zover de opgave de in artikel 2 genoemde bedragen niet te boven gaat. Hierin wordt onderscheid gemaakt naar scholingsbudget en uitvoeringskosten.
2. De minister stort op de rekening-courant, bedoeld in artikel 5.16, onderdeel b, van de Regeling Wfsv, een periodiek voorschot op het totaalbedrag, bedoeld in het eerste lid, van de geraamde lasten voor het scholingsbudget met als valutadatum de tweeëntwintigste dag van elke maand, en op de uitvoeringskosten met als valutadatum de vijftiende dag van elke maand.
3. De minister kan, na overleg met het UWV, bij de storting, bedoeld in het tweede lid, afwijken van het in het eerste lid bedoelde totaalbedrag.
2. De minister stort op de rekening-courant, bedoeld in artikel 5.16, onderdeel b, van de Regeling Wfsv, een periodiek voorschot op het totaalbedrag, bedoeld in het eerste lid, van de geraamde lasten voor het scholingsbudget met als valutadatum de tweeëntwintigste dag van elke maand, en op de uitvoeringskosten met als valutadatum de vijftiende dag van elke maand.
3. De minister kan, na overleg met het UWV, bij de storting, bedoeld in het tweede lid, afwijken van het in het eerste lid bedoelde totaalbedrag.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0042362
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl