BWBR0042339
Geldig vanaf 2024-10-03
Artikel 4
Regeling subsidiëring versnellingsprogramma Informatie-uitwisseling Patiënt en Professional Babyconnect
1. Het subsidiebedrag per bij het regionaal partnerschap aangesloten VSV of IGO bestaat uit:
a. de werkelijke kosten van de activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, tot ten hoogste € 120.000; en
b. de werkelijke implementatie- en licentiekosten van hard- en software, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de activiteiten bedoeld in artikel 3, eerste lid, tot ten hoogste: 1°. € 87.299 per bij het regionaal partnerschap aangesloten VSV of IGO, en
2°. € 19 per geboorte binnen een bij het regionaal partnerschap aangesloten VSV of IGO, met peiljaar 2020.
1°. € 87.299 per bij het regionaal partnerschap aangesloten VSV of IGO, en
2°. € 19 per geboorte binnen een bij het regionaal partnerschap aangesloten VSV of IGO, met peiljaar 2020.
2. De minister kan op verzoek van de penvoerder van een regionaal partnerschap uit de eerste of derde tranche, in aanvulling op de subsidie bedoeld in het eerste lid, onder a, subsidie verstrekken voor de werkelijke kosten van de activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, die zijn ontstaan door vertraging in de periode van 1 oktober 2021 tot en met 1 juli 2022 tot ten hoogste € 30.000 per aangesloten VSV of IGO.
3. De subsidie is een subsidie als bedoeld in artikel 1.5, onder d, van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.
a. de werkelijke kosten van de activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, tot ten hoogste € 120.000; en
b. de werkelijke implementatie- en licentiekosten van hard- en software, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de activiteiten bedoeld in artikel 3, eerste lid, tot ten hoogste: 1°. € 87.299 per bij het regionaal partnerschap aangesloten VSV of IGO, en
2°. € 19 per geboorte binnen een bij het regionaal partnerschap aangesloten VSV of IGO, met peiljaar 2020.
1°. € 87.299 per bij het regionaal partnerschap aangesloten VSV of IGO, en
2°. € 19 per geboorte binnen een bij het regionaal partnerschap aangesloten VSV of IGO, met peiljaar 2020.
2. De minister kan op verzoek van de penvoerder van een regionaal partnerschap uit de eerste of derde tranche, in aanvulling op de subsidie bedoeld in het eerste lid, onder a, subsidie verstrekken voor de werkelijke kosten van de activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, die zijn ontstaan door vertraging in de periode van 1 oktober 2021 tot en met 1 juli 2022 tot ten hoogste € 30.000 per aangesloten VSV of IGO.
3. De subsidie is een subsidie als bedoeld in artikel 1.5, onder d, van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.