BWBR0042311
Geldig vanaf 20-06-2019
Artikel 5:43:3
Reglement Participatiefonds voor het Primair Onderwijs en de Expertisecentra voor het schooljaar 2019-2020
1. In geval van een daling van de rijksbekostiging materiele instandhouding kan op drie data het dienstverband van schoonmaakpersoneel beëindigen:
• Het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2019, of
• Het dienstverband wordt beëindigd per 1 januari 2020, of
• Het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2020
2. De werkgever overlegt, afhankelijk van de ontslagdatum, de vergelijking zoals bepaald in artikel 5:43:3 onder A, B of C:
A. beëindiging dienstverband per 1 augustus 2019 1. Indien het ontslag geeffectueerd wordt per 1 augustus 2019 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2019 en 2020 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2020 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2019, inclusief andere beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag.
2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2019 en 2020.
3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de verwachte omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2019 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds.
1. Indien het ontslag geeffectueerd wordt per 1 augustus 2019 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2019 en 2020 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2020 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2019, inclusief andere beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag.
2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2019 en 2020.
3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de verwachte omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2019 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds.
B. beëindiging dienstverband per 1 januari 2020 1. Indien het ontslag geeffectueerd wordt per 1 januari 2020 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2019 en 2020 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2020 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2019, inclusief andere beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag.
2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2019 en 2020.
3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2019 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds.
1. Indien het ontslag geeffectueerd wordt per 1 januari 2020 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2019 en 2020 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2020 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2019, inclusief andere beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag.
2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2019 en 2020.
3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2019 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds.
C. beëindiging dienstverband per 1 augustus 2020 1. Indien het ontslag geeffectueerd wordt per 1 augustus 2020 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2019 en 2020 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2020 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2019, inclusief andere beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag.
2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2019 en 2020.
3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave in loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel vanaf 1 januari 2020 tot en met de datum van ontslag aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds.
1. Indien het ontslag geeffectueerd wordt per 1 augustus 2020 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2019 en 2020 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2020 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2019, inclusief andere beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag.
2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2019 en 2020.
3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave in loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel vanaf 1 januari 2020 tot en met de datum van ontslag aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds.
• Het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2019, of
• Het dienstverband wordt beëindigd per 1 januari 2020, of
• Het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2020
2. De werkgever overlegt, afhankelijk van de ontslagdatum, de vergelijking zoals bepaald in artikel 5:43:3 onder A, B of C:
A. beëindiging dienstverband per 1 augustus 2019 1. Indien het ontslag geeffectueerd wordt per 1 augustus 2019 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2019 en 2020 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2020 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2019, inclusief andere beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag.
2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2019 en 2020.
3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de verwachte omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2019 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds.
1. Indien het ontslag geeffectueerd wordt per 1 augustus 2019 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2019 en 2020 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2020 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2019, inclusief andere beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag.
2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2019 en 2020.
3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de verwachte omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2019 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds.
B. beëindiging dienstverband per 1 januari 2020 1. Indien het ontslag geeffectueerd wordt per 1 januari 2020 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2019 en 2020 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2020 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2019, inclusief andere beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag.
2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2019 en 2020.
3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2019 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds.
1. Indien het ontslag geeffectueerd wordt per 1 januari 2020 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2019 en 2020 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2020 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2019, inclusief andere beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag.
2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2019 en 2020.
3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2019 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds.
C. beëindiging dienstverband per 1 augustus 2020 1. Indien het ontslag geeffectueerd wordt per 1 augustus 2020 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2019 en 2020 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2020 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2019, inclusief andere beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag.
2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2019 en 2020.
3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave in loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel vanaf 1 januari 2020 tot en met de datum van ontslag aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds.
1. Indien het ontslag geeffectueerd wordt per 1 augustus 2020 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2019 en 2020 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2020 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2019, inclusief andere beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag.
2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2019 en 2020.
3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave in loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel vanaf 1 januari 2020 tot en met de datum van ontslag aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds.
- Citeren als
- Art. 5:43:3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0042311
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl