BWBR0042311
Geldig vanaf 20-06-2019
Artikel 4:55:2
Reglement Participatiefonds voor het Primair Onderwijs en de Expertisecentra voor het schooljaar 2019-2020
1. In geval van een daling van de rijksbekostiging materiele instandhouding kan op drie data het dienstverband van schoonmaakpersoneel beëindigen:
• Het dienstverband wordt niet voortgezet per 1 augustus 2019, of
• Het dienstverband wordt niet voortgezet per 1 januari 2020, of
• Het dienstverband wordt niet voortgezet per 1 augustus 2020
2. De werkgever overlegt, afhankelijk van de datum waarop het tijdelijk dienstverband niet wordt voortgezet, de vergelijking zoals bepaald in artikel 4:55:3 onder A, B of C:
A. dienstverband wordt niet voortgezet per 1 augustus 2019 1. Indien het dienstverband niet wordt voortgezet per 1 augustus 2019 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2019 en 2020 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2020 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2019, inclusief andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het dienstverband dat niet wordt voortgezet.
2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2019 en 2020.
3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de verwachte omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2019 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds.
1. Indien het dienstverband niet wordt voortgezet per 1 augustus 2019 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2019 en 2020 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2020 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2019, inclusief andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het dienstverband dat niet wordt voortgezet.
2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2019 en 2020.
3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de verwachte omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2019 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds.
B. dienstverband wordt niet voortgezet per 1 januari 2020 1. Indien het dienstverband niet wordt voortgezet per 1 januari 2020 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2019 en 2020 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2020 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2019, inclusief andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het dienstverband dat niet wordt voortgezet.
2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2019 en 2020.
3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2019 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds.
1. Indien het dienstverband niet wordt voortgezet per 1 januari 2020 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2019 en 2020 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2020 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2019, inclusief andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het dienstverband dat niet wordt voortgezet.
2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2019 en 2020.
3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2019 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds.
C. beëindiging dienstverband per 1 augustus 2020 1. Indien het dienstverband niet wordt voortgezet per 1 augustus 2020 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2019 en 2020 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2020 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2019, inclusief andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het dienstverband dat niet wordt voortgezet.
2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2019 en 2020.
3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2020 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds.
1. Indien het dienstverband niet wordt voortgezet per 1 augustus 2020 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2019 en 2020 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2020 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2019, inclusief andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het dienstverband dat niet wordt voortgezet.
2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2019 en 2020.
3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2020 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds.
• Het dienstverband wordt niet voortgezet per 1 augustus 2019, of
• Het dienstverband wordt niet voortgezet per 1 januari 2020, of
• Het dienstverband wordt niet voortgezet per 1 augustus 2020
2. De werkgever overlegt, afhankelijk van de datum waarop het tijdelijk dienstverband niet wordt voortgezet, de vergelijking zoals bepaald in artikel 4:55:3 onder A, B of C:
A. dienstverband wordt niet voortgezet per 1 augustus 2019 1. Indien het dienstverband niet wordt voortgezet per 1 augustus 2019 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2019 en 2020 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2020 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2019, inclusief andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het dienstverband dat niet wordt voortgezet.
2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2019 en 2020.
3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de verwachte omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2019 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds.
1. Indien het dienstverband niet wordt voortgezet per 1 augustus 2019 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2019 en 2020 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2020 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2019, inclusief andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het dienstverband dat niet wordt voortgezet.
2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2019 en 2020.
3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de verwachte omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2019 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds.
B. dienstverband wordt niet voortgezet per 1 januari 2020 1. Indien het dienstverband niet wordt voortgezet per 1 januari 2020 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2019 en 2020 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2020 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2019, inclusief andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het dienstverband dat niet wordt voortgezet.
2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2019 en 2020.
3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2019 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds.
1. Indien het dienstverband niet wordt voortgezet per 1 januari 2020 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2019 en 2020 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2020 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2019, inclusief andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het dienstverband dat niet wordt voortgezet.
2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2019 en 2020.
3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2019 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds.
C. beëindiging dienstverband per 1 augustus 2020 1. Indien het dienstverband niet wordt voortgezet per 1 augustus 2020 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2019 en 2020 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2020 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2019, inclusief andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het dienstverband dat niet wordt voortgezet.
2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2019 en 2020.
3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2020 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds.
1. Indien het dienstverband niet wordt voortgezet per 1 augustus 2020 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2019 en 2020 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2020 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2019, inclusief andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het dienstverband dat niet wordt voortgezet.
2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2019 en 2020.
3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2020 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds.
- Citeren als
- Art. 4:55:2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0042311
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl