BWBR0042311
Geldig vanaf 20-06-2019
Artikel 4:40:2
Reglement Participatiefonds voor het Primair Onderwijs en de Expertisecentra voor het schooljaar 2019-2020
1. De werkgever toont aan dat:
a. hij met de bonden overeenstemming heeft bereikt over de omvang van het formatieve probleem dat zou kunnen leiden tot gedwongen ontslag na afloop van de tweede fase van het sociaal plan; en
b. de beëindiging van het dienstverband met wederzijds goedvinden, tijdens de looptijd van het sociaal plan conform de in het sociaal plan gemaakte afspraken is; dan wel
c. het ontslag meteen na afloop van fase twee conform de in het sociaal plan gemaakte afspraken is.
2. De werkgever legt daartoe over het sociaal plan.
3. Tevens overlegt de werkgever ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever en de bonden gezamenlijk van oordeel zijn dat het formatieve probleem, nog niet volledig door middel van reductie van de omvang van het personeelsbestand, was opgelost op de datum van de beëindiging van het dienstverband.
a. hij met de bonden overeenstemming heeft bereikt over de omvang van het formatieve probleem dat zou kunnen leiden tot gedwongen ontslag na afloop van de tweede fase van het sociaal plan; en
b. de beëindiging van het dienstverband met wederzijds goedvinden, tijdens de looptijd van het sociaal plan conform de in het sociaal plan gemaakte afspraken is; dan wel
c. het ontslag meteen na afloop van fase twee conform de in het sociaal plan gemaakte afspraken is.
2. De werkgever legt daartoe over het sociaal plan.
3. Tevens overlegt de werkgever ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever en de bonden gezamenlijk van oordeel zijn dat het formatieve probleem, nog niet volledig door middel van reductie van de omvang van het personeelsbestand, was opgelost op de datum van de beëindiging van het dienstverband.
- Citeren als
- Art. 4:40:2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0042311
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl