BWBR0042294
Geldig vanaf 2020-07-01
Artikel 12
Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen 2018
1. De cliëntenraad van een instelling die een rechtspersoon is als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek</a>, kan een verzoek in het kader van het recht van enquête, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003045" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">afdeling 2 van titel 8 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek</a>, indienen bij de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam.
2. De <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/345" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 345</a>en <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/348" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">348 tot en met 359 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek</a>zijn van overeenkomstige toepassing.
3. De cliëntenraad die een verzoek als bedoeld in het eerste lid heeft gedaan, kan niet worden veroordeeld in de proceskosten voor de behandeling van dat verzoek.
2. De <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/345" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 345</a>en <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/348" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">348 tot en met 359 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek</a>zijn van overeenkomstige toepassing.
3. De cliëntenraad die een verzoek als bedoeld in het eerste lid heeft gedaan, kan niet worden veroordeeld in de proceskosten voor de behandeling van dat verzoek.