BWBR0042286
Geldig vanaf 01-06-2019
Artikel 10
Klachtenregeling Wetenschappelijke Integriteit NWO
1. De raad van bestuur stelt in zijn eerstvolgende vergadering na ontvangst van het advies van de commissie wetenschappelijke integriteit NWO zijn aanvankelijk oordeel ten aanzien van de klacht vast.
2. De raad van bestuur stelt de bij de klacht betrokken partijen, waaronder in ieder geval klager en beklaagde(n) terstond schriftelijk in kennis van het aanvankelijk oordeel, onder gelijktijdige toezending van het advies van de commissie. Indien de raad van bestuur in zijn aanvankelijk oordeel afwijkt van het advies van de commissie, wordt in het aanvankelijk oordeel de reden van afwijking vermeld.
3. Klager en beklaagde(n) kunnen binnen zes weken na dagtekening van het aanvankelijk oordeel van de raad van bestuur het LOWI verzoeken advies uit te brengen over dit aanvankelijk oordeel. Op de procedure is het geldende LOWI reglement van toepassing.
4. Indien klager niet binnen de in het derde lid genoemde termijn een verzoek om advies bij het LOWI heeft ingediend, wordt het aanvankelijk oordeel omgezet in een definitief oordeel. Betrokken partijen worden hiervan schriftelijk in kennis gesteld.
5. Indien klager het LOWI om advies heeft verzocht stelt de raad van bestuur zijn definitieve oordeel vast na ontvangst van dat advies. Indien de raad van bestuur in zijn definitieve oordeel afwijkt van het advies van het LOWI, wordt in het oordeel de reden van afwijking vermeld.
6. De raad van bestuur stelt de bij de klacht betrokken partijen, waaronder in ieder geval klager, beklaagde(n) en in voorkomend geval de betrokken instelling, terstond schriftelijk in kennis van het definitieve oordeel.
7. Bij gegrondverklaring van de klacht kan de raad van bestuur, afhankelijk van de aard van de gedragingen en onverminderd het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, de subsidie van beklaagde (deels) intrekken of de subsidie lager vaststellen. In een dergelijk geval neemt de raad van bestuur hiertoe een afzonderlijk besluit.
2. De raad van bestuur stelt de bij de klacht betrokken partijen, waaronder in ieder geval klager en beklaagde(n) terstond schriftelijk in kennis van het aanvankelijk oordeel, onder gelijktijdige toezending van het advies van de commissie. Indien de raad van bestuur in zijn aanvankelijk oordeel afwijkt van het advies van de commissie, wordt in het aanvankelijk oordeel de reden van afwijking vermeld.
3. Klager en beklaagde(n) kunnen binnen zes weken na dagtekening van het aanvankelijk oordeel van de raad van bestuur het LOWI verzoeken advies uit te brengen over dit aanvankelijk oordeel. Op de procedure is het geldende LOWI reglement van toepassing.
4. Indien klager niet binnen de in het derde lid genoemde termijn een verzoek om advies bij het LOWI heeft ingediend, wordt het aanvankelijk oordeel omgezet in een definitief oordeel. Betrokken partijen worden hiervan schriftelijk in kennis gesteld.
5. Indien klager het LOWI om advies heeft verzocht stelt de raad van bestuur zijn definitieve oordeel vast na ontvangst van dat advies. Indien de raad van bestuur in zijn definitieve oordeel afwijkt van het advies van het LOWI, wordt in het oordeel de reden van afwijking vermeld.
6. De raad van bestuur stelt de bij de klacht betrokken partijen, waaronder in ieder geval klager, beklaagde(n) en in voorkomend geval de betrokken instelling, terstond schriftelijk in kennis van het definitieve oordeel.
7. Bij gegrondverklaring van de klacht kan de raad van bestuur, afhankelijk van de aard van de gedragingen en onverminderd het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, de subsidie van beklaagde (deels) intrekken of de subsidie lager vaststellen. In een dergelijk geval neemt de raad van bestuur hiertoe een afzonderlijk besluit.
- Citeren als
- Art. 10
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0042286
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl