BWBR0042274
Geldig vanaf 2019-07-01
Artikel 5
Beleidsregel experimenten vergaand geautomatiseerd varen territoriale zee
1. De Directeur Kustwacht verleent de toestemming indien uit de aanvraag blijkt dat:
a. in het geval van een defect of storing in de te testen geautomatiseerde toepassing het te allen tijde mogelijk is om de in het experiment voorziene handelingen op andere veilige wijze uit te voeren en indien nodig om het schip op veilige wijze te onttrekken aan het verkeer; en
b. de bemanningsleden aan boord en eventuele andere personen die, al dan niet op een andere locatie, meewerken aan het experiment beschikken over voldoende en juiste kennis ten aanzien van de te testen geautomatiseerde toepassing.
2. In de toestemming van de Directeur Kustwacht wordt in ieder geval opgenomen:
a. informatie over het schip waarmee het experiment wordt uitgevoerd;
b. de contactgegevens van de verantwoordelijke of verantwoordelijken voor het schip;
c. de locatie of het gebied waar het experiment mag plaatsvinden;
d. de ingangsdatum en einddatum van het experiment;
e. dat de experimenteerpartij een verzoek tot verlenging van het experiment als bedoeld in artikel 8, kan indienen, en
f. de hoeveelheid, samenstelling en locatie van de personen die meewerken aan het experiment, met inbegrip van de bemanningsleden.
3. Aan de toestemming worden in ieder geval de volgende voorschriften verbonden:
a. de toestemming wordt op verzoek gedurende het experiment te allen tijde getoond;
b. de verantwoordelijke voor het schip controleert voor de start van elk onderdeel of het schip, de te testen geautomatiseerde toepassing en de voorziene veiligheidsmaatregelen bedrijfsklaar zijn;
c. de verantwoordelijke voor het schip is te allen tijde in staat het commando over het schip te bezigen of te doen bezigen;
d. indien het gedurende het experiment nodig is om in te grijpen, onder andere ten gevolge van een defect of storing, wordt de desbetreffende geautomatiseerde toepassing gecontroleerd en indien nodig worden er aanpassingen gedaan; en
e. de verantwoordelijke voor het schip meldt ieder ingrijpen gedurende een experiment onverwijld aan de Directeur Kustwacht. Daarbij wordt tevens gemeld op welke wijze is ingegrepen en op welke wijze is vastgesteld dat het defect of de storing naar alle waarschijnlijkheid niet wederom kan plaatsvinden.
4. Aan de toestemming kunnen aanvullende voorschriften als bedoeld in artikel 19 van het Scheepvaartreglement territoriale zeeworden gesteld die nodig worden geacht voor de uitvoering van het experiment. Deze aanvullende voorschriften worden tevens opgenomen in de toestemming.
a. in het geval van een defect of storing in de te testen geautomatiseerde toepassing het te allen tijde mogelijk is om de in het experiment voorziene handelingen op andere veilige wijze uit te voeren en indien nodig om het schip op veilige wijze te onttrekken aan het verkeer; en
b. de bemanningsleden aan boord en eventuele andere personen die, al dan niet op een andere locatie, meewerken aan het experiment beschikken over voldoende en juiste kennis ten aanzien van de te testen geautomatiseerde toepassing.
2. In de toestemming van de Directeur Kustwacht wordt in ieder geval opgenomen:
a. informatie over het schip waarmee het experiment wordt uitgevoerd;
b. de contactgegevens van de verantwoordelijke of verantwoordelijken voor het schip;
c. de locatie of het gebied waar het experiment mag plaatsvinden;
d. de ingangsdatum en einddatum van het experiment;
e. dat de experimenteerpartij een verzoek tot verlenging van het experiment als bedoeld in artikel 8, kan indienen, en
f. de hoeveelheid, samenstelling en locatie van de personen die meewerken aan het experiment, met inbegrip van de bemanningsleden.
3. Aan de toestemming worden in ieder geval de volgende voorschriften verbonden:
a. de toestemming wordt op verzoek gedurende het experiment te allen tijde getoond;
b. de verantwoordelijke voor het schip controleert voor de start van elk onderdeel of het schip, de te testen geautomatiseerde toepassing en de voorziene veiligheidsmaatregelen bedrijfsklaar zijn;
c. de verantwoordelijke voor het schip is te allen tijde in staat het commando over het schip te bezigen of te doen bezigen;
d. indien het gedurende het experiment nodig is om in te grijpen, onder andere ten gevolge van een defect of storing, wordt de desbetreffende geautomatiseerde toepassing gecontroleerd en indien nodig worden er aanpassingen gedaan; en
e. de verantwoordelijke voor het schip meldt ieder ingrijpen gedurende een experiment onverwijld aan de Directeur Kustwacht. Daarbij wordt tevens gemeld op welke wijze is ingegrepen en op welke wijze is vastgesteld dat het defect of de storing naar alle waarschijnlijkheid niet wederom kan plaatsvinden.
4. Aan de toestemming kunnen aanvullende voorschriften als bedoeld in artikel 19 van het Scheepvaartreglement territoriale zeeworden gesteld die nodig worden geacht voor de uitvoering van het experiment. Deze aanvullende voorschriften worden tevens opgenomen in de toestemming.