BWBR0042265
Geldig vanaf 2021-07-06
Artikel 14
Besluit versterking gebouwen Groningen
1. Indien het college van burgemeester en wethouders of de minister van oordeel is dat de uitvoering van dit besluit onvoldoende is om uitvoering te geven aan de op hen drukkende verplichtingen en publieke taken, informeren zij de andere bestuurlijke partijen hierover.
2. Uiterlijk een maand na de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, wordt een bestuurlijk overleg gehouden tussen de bestuursorganen, genoemd in het eerste lid.
3. Een college van burgemeester en wethouders kan na het bestuurlijk overleg zijn medewerking aan dit besluit opzeggen.
4. Indien het college van burgemeester en wethouders zijn medewerking opzegt, wordt voor de verdere uitvoering van dit besluit, voor die gemeente, de minister gelezen in plaats van het college van burgemeester en wethouders of de gemeenteraad.
5. Indien de minister na het bestuurlijk overleg van mening is dat de uitvoering door een gemeente van dit besluit onvoldoende is om uitvoering te geven aan zijn verantwoordelijkheid voor veiligheid, met inbegrip van een voldoende op veiligheid georiënteerde planning, kan hij bepalen dat voor de verdere uitvoering van dit besluit, voor die gemeente, de minister gelezen wordt in plaats van het college van burgemeester en wethouders of de gemeenteraad.
6. Indien toepassing wordt gegeven aan het vierde of vijfde lid, informeert de minister direct de Tweede Kamer der Staten-Generaal en de bestuursorganen, bedoeld in het eerste lid.
2. Uiterlijk een maand na de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, wordt een bestuurlijk overleg gehouden tussen de bestuursorganen, genoemd in het eerste lid.
3. Een college van burgemeester en wethouders kan na het bestuurlijk overleg zijn medewerking aan dit besluit opzeggen.
4. Indien het college van burgemeester en wethouders zijn medewerking opzegt, wordt voor de verdere uitvoering van dit besluit, voor die gemeente, de minister gelezen in plaats van het college van burgemeester en wethouders of de gemeenteraad.
5. Indien de minister na het bestuurlijk overleg van mening is dat de uitvoering door een gemeente van dit besluit onvoldoende is om uitvoering te geven aan zijn verantwoordelijkheid voor veiligheid, met inbegrip van een voldoende op veiligheid georiënteerde planning, kan hij bepalen dat voor de verdere uitvoering van dit besluit, voor die gemeente, de minister gelezen wordt in plaats van het college van burgemeester en wethouders of de gemeenteraad.
6. Indien toepassing wordt gegeven aan het vierde of vijfde lid, informeert de minister direct de Tweede Kamer der Staten-Generaal en de bestuursorganen, bedoeld in het eerste lid.