BWBR0042225
Geldig vanaf 11-06-2019
Artikel 10
Gedragscode integriteit Eerste Kamer
1. De Huishoudelijke Commissie houdt toezicht op de naleving van deze Gedragscode en geeft oordelen over de interpretatie ervan.
2. De Huishoudelijke Commissie kan, op verzoek van een of meer leden of uit eigen beweging, beoordelen of een lid van de Kamer in een concreet geval in overeenstemming met de artikelen 1 tot en met 6 heeft gehandeld. De Huishoudelijke Commissie kan daarbij aanbevelingen doen.
3. De Huishoudelijke Commissie geeft geen oordeel dan nadat zij het betrokken lid of de betrokken leden in de gelegenheid heeft gesteld te worden gehoord.
4. Indien het betrokken lid of de betrokken leden zich niet kunnen verenigen met het oordeel van de Huishoudelijke Commissie, kunnen zij binnen twee weken, door tussenkomst van het College van Senioren, een besluit van de Kamer vragen. De Kamer bevestigt of verwerpt het oordeel van de Huishoudelijke Commissie. Over het oordeel wordt niet beraadslaagd.
5. Wanneer het oordeel van de Huishoudelijke Commissie definitief is geworden, wordt dit publiekelijk kenbaar gemaakt.
6. Indien de beoordeling als bedoeld in het tweede lid een lid van de Huishoudelijke Commissie zelf betreft, wordt dit lid vervangen door het lid dat het langst zitting heeft in de Kamer; bij gelijke zittingsduur gaat het oudste lid in leeftijd voor.
2. De Huishoudelijke Commissie kan, op verzoek van een of meer leden of uit eigen beweging, beoordelen of een lid van de Kamer in een concreet geval in overeenstemming met de artikelen 1 tot en met 6 heeft gehandeld. De Huishoudelijke Commissie kan daarbij aanbevelingen doen.
3. De Huishoudelijke Commissie geeft geen oordeel dan nadat zij het betrokken lid of de betrokken leden in de gelegenheid heeft gesteld te worden gehoord.
4. Indien het betrokken lid of de betrokken leden zich niet kunnen verenigen met het oordeel van de Huishoudelijke Commissie, kunnen zij binnen twee weken, door tussenkomst van het College van Senioren, een besluit van de Kamer vragen. De Kamer bevestigt of verwerpt het oordeel van de Huishoudelijke Commissie. Over het oordeel wordt niet beraadslaagd.
5. Wanneer het oordeel van de Huishoudelijke Commissie definitief is geworden, wordt dit publiekelijk kenbaar gemaakt.
6. Indien de beoordeling als bedoeld in het tweede lid een lid van de Huishoudelijke Commissie zelf betreft, wordt dit lid vervangen door het lid dat het langst zitting heeft in de Kamer; bij gelijke zittingsduur gaat het oudste lid in leeftijd voor.
- Citeren als
- Art. 10
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0042225
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl