1. De instelling berekent van alle declarabele zorgproducten afzonderlijk kostprijzen. Het totaal van de aan de zorgproducten toegerekende kosten moet gelijk zijn aan het totaal van de kosten welke aan de kostendragers zijn toegerekend.
2. De instelling is verplicht om jaarlijks haar kostprijzen aan te leveren van de (
gesloten) zorgproducten (dbc-zorgproducten en overige zorgproducten) binnen het gereguleerde segment waarvoor een tarief in rekening is of had kunnen worden gebracht.
3. De instelling is verplicht om voor 1 september jaar t+1 kostprijzen aan te leveren over jaar t op basis van het werkelijke gerealiseerde volume (in kostendragers) in jaar t.
4. De instelling maakt voor deze aanlevering gebruik van een aanleversjabloon zoals gepubliceerd door de NZa. De instelling levert aan conform de in het sjabloon opgenomen vereisten (Bijlage 2).
5. De instelling levert bovengenoemde kostprijzen aan uitgesplitst naar zorgproducten en onderverdeeld in de volgende kostencategorieën:
• Personeelskosten: MSB
• Personeelskosten: Medisch specialisten (loondienst)
• Personeelskosten: Overig
• Materiële kosten: Kunst- en hulpmiddelen, implantaten
• Materiële kosten: Overig
• Gebouwgebonden kosten
• Medische en overige inventaris
• Opbrengsten: beschikbaarheidbijdrage medische vervolgopleidingen (mvo)
• Opbrengsten: overige beschikbaarheidbijdrage(n)
• Opbrengsten: overige opbrengsten
• Kosten voor zorg uitgevoerd door derden (voor zorgproducten die geheel worden uitbesteed)
• Totale directe kosten
• Totale indirecte kosten
De som van de kostencategorieën totale directe kosten en totale indirecte kosten is gelijk aan de som van alle overige kostencategorieën.
6. De instelling draagt er zorg voor dat een accountant als bedoeld in
artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek de juistheid van de op grond van dit artikel verstrekte gegevens en inlichtingen bevestigt. De gegevens worden gecontroleerd aan de hand van de onderzoeksvragen zoals geformuleerd in bijlage 1. Dit betreft een COS-4400N onderzoek. De accountant levert een rapport van feitelijke bevindingen op.
7. De instelling draagt er zorg voor dat de in de aanlevering gebruikte aantallen, op een door de instelling te bepalen peilmoment, voor een accountant dan wel de NZa te vergelijken zijn met de aantallen volgens het registratiesysteem dat de instelling gebruikt voor het registreren van de productie.