BWBR0042218
Geldig vanaf 2019-05-21
Artikel 1
Mandaatregeling Defensievastgoed
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. staatssecretaris: de Staatssecretaris van Defensie;
b. defensievastgoed: onroerende zaken die benodigd zijn voor de uitoefening van defensietaken en die niet onder het Rijkshuisvestingstelsel vallen;
c. directeur-generaal: de directeur-generaal van het Rijksvastgoedbedrijf;
d. directeur: directeur van het Rijksvastgoedbedrijf;
e. mandaat: de bevoegdheid om namens de staatssecretaris publiekrechtelijke rechtshandelingen te verrichten;
f. volmacht: de bevoegdheid om namens de staatsecretaris voor de Staat der Nederlanden privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten;
g. machtiging: de bevoegdheid om namens de staatssecretaris handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.
a. staatssecretaris: de Staatssecretaris van Defensie;
b. defensievastgoed: onroerende zaken die benodigd zijn voor de uitoefening van defensietaken en die niet onder het Rijkshuisvestingstelsel vallen;
c. directeur-generaal: de directeur-generaal van het Rijksvastgoedbedrijf;
d. directeur: directeur van het Rijksvastgoedbedrijf;
e. mandaat: de bevoegdheid om namens de staatssecretaris publiekrechtelijke rechtshandelingen te verrichten;
f. volmacht: de bevoegdheid om namens de staatsecretaris voor de Staat der Nederlanden privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten;
g. machtiging: de bevoegdheid om namens de staatssecretaris handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.