BWBR0042208
Geldig vanaf 16-05-2019
Artikel 2
Besluit machtiging P-Direkt (Bureau Financieel Toezicht)
1. De directeur P-Direkt wordt gemachtigd tot het verrichten van feitelijke handelingen die verband houden met de dienstverlening van P-Direkt aan het Bureau Financieel Toezicht.
2. Met betrekking tot de Algemene verordening gegevensbescherming:
a. De directeur P-Direkt wordt gemachtigd om in het kader van de dienstverlening aan het Bureau Financieel Toezicht verwerkingen van persoonsgegevens uit te voeren als verwerker in de zin van artikel 4, achtste onderdeel, van de Algemene verordening gegevensbescherming. De verwerking van persoonsgegevens vindt plaats overeenkomstig de Baseline Informatiebeveiliging Rijksdienst 2017. De machtiging wordt geacht te gelden als rechtshandeling in de zin van artikel 28, derde lid, van de Algemene verordening gegevensbescherming.
b. De directeur P-Direkt heeft geen machtiging tot uitvoering van de artikel 16 tot en met 18 van de Algemene verordening gegevensbescherming dan na een besluit van of namens de Directeur van het Bureau Financieel Toezicht.
3. Met betrekking tot de Archiefwet 1995 wordt de directeur van P-Direkt gemachtigd:
a. om op basis van het daartoe strekkende besluit van de Directeur van het Bureau Financieel Toezicht papieren documenten door reproducties te vervangen teneinde de aldus vervangen papieren documenten te vernietigen, overeenkomstig artikel 7 van de Archiefwet 1995;
b. om papieren documenten te scannen en de gescande documenten aan het digitale dossier toe te voegen, waarbij de originele papieren documenten worden bewaard totdat vervanging als bedoeld in het derde lid, onder a, is toegestaan;
c. om op basis van een daartoe strekkend besluit van of namens de Directeur van het Bureau Financieel Toezicht de archiefbescheiden te vernietigen overeenkomstig artikel 3 van de Archiefwet 1995.
4. Voor de toepassing van artikel 4 van de Wet openbaarheid van bestuur worden documenten die berusten bij P-Direkt geacht te berusten bij het Bureau Financieel Toezicht. De directeur P-Direkt heeft geen machtiging namens de Directeur van het Bureau Financieel Toezicht verzoeken in het kader van de Wet openbaarheid van bestuur zonder tussenkomst van of namens de Directeur van het Bureau Financieel Toezicht af te handelen.
2. Met betrekking tot de Algemene verordening gegevensbescherming:
a. De directeur P-Direkt wordt gemachtigd om in het kader van de dienstverlening aan het Bureau Financieel Toezicht verwerkingen van persoonsgegevens uit te voeren als verwerker in de zin van artikel 4, achtste onderdeel, van de Algemene verordening gegevensbescherming. De verwerking van persoonsgegevens vindt plaats overeenkomstig de Baseline Informatiebeveiliging Rijksdienst 2017. De machtiging wordt geacht te gelden als rechtshandeling in de zin van artikel 28, derde lid, van de Algemene verordening gegevensbescherming.
b. De directeur P-Direkt heeft geen machtiging tot uitvoering van de artikel 16 tot en met 18 van de Algemene verordening gegevensbescherming dan na een besluit van of namens de Directeur van het Bureau Financieel Toezicht.
3. Met betrekking tot de Archiefwet 1995 wordt de directeur van P-Direkt gemachtigd:
a. om op basis van het daartoe strekkende besluit van de Directeur van het Bureau Financieel Toezicht papieren documenten door reproducties te vervangen teneinde de aldus vervangen papieren documenten te vernietigen, overeenkomstig artikel 7 van de Archiefwet 1995;
b. om papieren documenten te scannen en de gescande documenten aan het digitale dossier toe te voegen, waarbij de originele papieren documenten worden bewaard totdat vervanging als bedoeld in het derde lid, onder a, is toegestaan;
c. om op basis van een daartoe strekkend besluit van of namens de Directeur van het Bureau Financieel Toezicht de archiefbescheiden te vernietigen overeenkomstig artikel 3 van de Archiefwet 1995.
4. Voor de toepassing van artikel 4 van de Wet openbaarheid van bestuur worden documenten die berusten bij P-Direkt geacht te berusten bij het Bureau Financieel Toezicht. De directeur P-Direkt heeft geen machtiging namens de Directeur van het Bureau Financieel Toezicht verzoeken in het kader van de Wet openbaarheid van bestuur zonder tussenkomst van of namens de Directeur van het Bureau Financieel Toezicht af te handelen.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0042208
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl