BWBR0042150
Geldig vanaf 2019-04-27
Artikel 3
Regeling onvoorziene gevallen bij invoering vereenvoudiging bekostiging VO 2018
1. In afwijking van artikel II van de Wet vereenvoudiging bekostiging VO:
a. eindigt de in de eerste volzin van dat artikel bedoelde aanspraak op bekostiging met ingang van 1 januari 2006, en
b. loopt de in de tweede volzin van dat artikel bedoelde periode van 1 augustus 2005 tot en met 31 december 2005.
2. In afwijking van artikel III van de Wet vereenvoudiging bekostiging VOdient toekenning van de bekostiging voor administratie, beheer en bestuur te hebben plaatsgevonden voor 1 januari 2006.
3. In afwijking van artikel IV van de Wet vereenvoudiging bekostiging VO:
a. heeft de berekende bekostiging voor het kalenderjaar, bedoeld in de aanhef van het eerste lid van dat artikel, betrekking op het kalenderjaar 2005,
b. heeft de berekende bekostiging voor het schooljaar, bedoeld in de aanhef van het eerste lid van dat artikel, betrekking op het schooljaar 2005/06,
c. heeft in het eerste lid: 1° onderdeel a betrekking op het kalenderjaar 2006,
2° onderdeel b betrekking op het kalenderjaar 2007,
3° onderdeel c betrekking op het kalenderjaar 2008,
4° onderdeel d betrekking op het kalenderjaar 2009, en
5° onderdeel e betrekking op het kalenderjaar 2010,
1° onderdeel a betrekking op het kalenderjaar 2006,
2° onderdeel b betrekking op het kalenderjaar 2007,
3° onderdeel c betrekking op het kalenderjaar 2008,
4° onderdeel d betrekking op het kalenderjaar 2009, en
5° onderdeel e betrekking op het kalenderjaar 2010,
d. heeft het tweede lid betrekking op het kalenderjaar 2004, en
e. heeft het derde lid betrekking op het kalenderjaar 2006.
a. eindigt de in de eerste volzin van dat artikel bedoelde aanspraak op bekostiging met ingang van 1 januari 2006, en
b. loopt de in de tweede volzin van dat artikel bedoelde periode van 1 augustus 2005 tot en met 31 december 2005.
2. In afwijking van artikel III van de Wet vereenvoudiging bekostiging VOdient toekenning van de bekostiging voor administratie, beheer en bestuur te hebben plaatsgevonden voor 1 januari 2006.
3. In afwijking van artikel IV van de Wet vereenvoudiging bekostiging VO:
a. heeft de berekende bekostiging voor het kalenderjaar, bedoeld in de aanhef van het eerste lid van dat artikel, betrekking op het kalenderjaar 2005,
b. heeft de berekende bekostiging voor het schooljaar, bedoeld in de aanhef van het eerste lid van dat artikel, betrekking op het schooljaar 2005/06,
c. heeft in het eerste lid: 1° onderdeel a betrekking op het kalenderjaar 2006,
2° onderdeel b betrekking op het kalenderjaar 2007,
3° onderdeel c betrekking op het kalenderjaar 2008,
4° onderdeel d betrekking op het kalenderjaar 2009, en
5° onderdeel e betrekking op het kalenderjaar 2010,
1° onderdeel a betrekking op het kalenderjaar 2006,
2° onderdeel b betrekking op het kalenderjaar 2007,
3° onderdeel c betrekking op het kalenderjaar 2008,
4° onderdeel d betrekking op het kalenderjaar 2009, en
5° onderdeel e betrekking op het kalenderjaar 2010,
d. heeft het tweede lid betrekking op het kalenderjaar 2004, en
e. heeft het derde lid betrekking op het kalenderjaar 2006.