Artikel 1
1. Aan de secretaris-generaal wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten, het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en het verrichten van feitelijke handelingen die verband houden met hoofdstuk 4 en de artikelen XLIX, L en LI van de Wet opheffing bedrijfslichamen.
2. Aan de secretaris-generaal wordt voorts mandaat, volmacht en machtiging verleend voor de P&O-aangelegenheden ten aanzien van:
a. medewerkers van de Vereffeningsorganisatie PBO; en
b. medewerkers van de voormalige product- en bedrijfschappen die tot en met 31 december 2014 een arbeidsovereenkomst hadden met een product- of bedrijfschap en die vanaf 1 januari 2015 vallen onder de sociale plannen van de voormalige product- en bedrijfschappen en die te rekenen vanaf 1 januari 2019 vallen onder de verantwoordelijkheid van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.
2. Aan de secretaris-generaal wordt voorts mandaat, volmacht en machtiging verleend voor de P&O-aangelegenheden ten aanzien van:
a. medewerkers van de Vereffeningsorganisatie PBO; en
b. medewerkers van de voormalige product- en bedrijfschappen die tot en met 31 december 2014 een arbeidsovereenkomst hadden met een product- of bedrijfschap en die vanaf 1 januari 2015 vallen onder de sociale plannen van de voormalige product- en bedrijfschappen en die te rekenen vanaf 1 januari 2019 vallen onder de verantwoordelijkheid van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.